Zelfs een vredesdeal met Iran is mogelijk niet genoeg om de oliemarkt te redden
In dit artikel:
De oliemarkt kampt met zodanige fysieke knelpunten dat zelfs een snel akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran de verstoring niet direct zal oplossen. Hoewel een vredesdeal de geopolitieke dreiging weghaalt, blijven logistieke en voorraadproblemen op zee en op land de stroom van olie nog maanden hinderen.
Centraal staat de grote hoeveelheid olie die nu in drijvende opslag ligt: ongeveer 160 miljoen vaten in tankers die eerst gelost moeten worden. Het leeghalen van die voorraden kost naar schatting 30–40 dagen per schip, waarna die tankers pas kunnen terugkeren voor een nieuwe lading. Daardoor draaien de scheepscycli serieus achter en kan de doorvoer via de Straat van Hormuz niet binnen enkele dagen normaliseren.
Bovenop die drijvende voorraad komt vertraging in de grote tankerketen zelf. Zo’n 70 VLCC’s (Very Large Crude Carriers) zijn onderweg om Amerikaanse olie naar Azië te brengen, maar door de huidige stagnatie duren zulke cycli veel langer. Realistische schattingen wijzen erop dat het meerdere maanden — eerder rond de drie maanden of langer — kan duren voordat tankerbewegingen weer op normaal niveau zijn.
Ook de opslag op land in het Midden-Oosten speelt een grote rol: ongeveer 600 miljoen vaten liggen in bulkopslag. Producenten zouden grofweg 200 miljoen vaten uit deze voorraden moeten afbouwen voordat ze productie en export op de gebruikelijke manier kunnen hervatten. Dat vereist tientallen tot honderden extra tankerbewegingen en brengt een verwachting dat het herstel richting medio tot eind juni pas echt in balans kan komen.
Als gevolg hiervan spreken marktwaarnemers van een mogelijk gepasseerd breekpunt. De cumulatieve effecten van de sluiting van Hormuz zouden al hebben geleid tot ongeveer 1 miljard vaten “verlies” in bruikbaarheid en kunnen tegen eind juni oplopen tot circa 1,98 miljard vaten — hoeveelheden die niet eenvoudigweg met commerciële voorraden elders zijn op te vangen.
Praktische consequentie: als fysiek tekort aan olie aanhoudt, zullen prijzen moeten stijgen tot het punt waarop vraagafname optreedt — hogere prijzen fungeren als het instrument om de markt te doen afkoelen. Een diplomatiek akkoord voorkomt verdere escalatie, maar lost de bestaande logistieke achterstand en voorraadopbouw op zee en op land niet onmiddellijk op. Grote producenten zoals Saoedi-Arabië, de VAE, Koeweit, Qatar, Irak en Bahrein kunnen uiteindelijk opschalen, maar niet onmiddellijk.