Wat doen de nieuwe box 3-regels écht met je portemonnee?
In dit artikel:
Als de Eerste Kamer instemt met de Wet Werkelijk Rendement gaat per 1 januari 2028 in Nederland een nieuw box 3-stelsel gelden waarin beleggingen worden belast op basis van werkelijke vermogensaanwas. Concreet betekent dit dat niet alleen gerealiseerde winsten, maar ook waardestijgingen op papier (ongerealiseerde winsten) worden meegeteld. Het tarief komt uit op 36 procent, er geldt een heffingsvrij inkomen van 1.800 euro per jaar en verliezen zijn alleen verrekenbaar vanaf meer dan 500 euro.
Onderzoek van StockWatch laat zien dat die wijziging ingrijpende gevolgen kan hebben voor de lange termijnopbouw van vermogen. Een voorbeeld: een investering van 100.000 euro in de AEX in 1996 zou zonder belasting ongeveer 1,07 miljoen euro waard zijn geworden; volgens de berekeningen blijft onder het nieuwe stelsel nog zo’n 530.000 euro over. De belangrijkste reden is dat jaarlijks betaalde belasting de kracht van rente-op-rente uitschakelt: geld dat naar de Belastingdienst gaat, kan niet opnieuw worden belegd en vertraagt dus de vermogensgroei.
Kleine particuliere beleggers en crypto-investeerders lijken relatief meer geraakt. De lage vrijstelling van 1.800 euro staat tegenover het huidige heffingsvrije vermogen van ruim 59.000 euro; bij voorbeeldrendementen zorgt dat nu voor aanzienlijke onbelaste jaren. Door de verliesdrempel kunnen kleine negatieve resultaten bovendien niet worden gecompenseerd. Voor beleggers in volatiele markten — zoals veel particulieren in cryptovaluta — kan dit leiden tot een hogere effectieve belastingdruk en tot situaties waarin belasting wordt geheven over paperwinsten die in koopkracht weinig opleveren.
Ook de rol van inflatie baart kritiek: het nieuwe stelsel houdt geen rekening met prijsstijgingen, waardoor belasting over nominale winsten kan plaatsvinden terwijl het reële vermogen veel minder is gegroeid (StockWatch rekent bij 2,5% gemiddelde inflatie een reëel eindvermogen van circa 253.000 euro in het genoemde voorbeeld).
Er zijn daarnaast uitvoeringszorgen: de Belastingdienst moet gedetailleerde rendementscijfers en vermogensspecificaties van banken, brokers en buitenlandse aanbieders verzamelen. De Raad van State waarschuwde al voor praktische problemen, en experts vrezen dat hogere lasten belastingmijdingsconstructies kunnen aanmoedigen — met mogelijk tegenvallende opbrengsten voor de staat. Definitieve invoering hangt nog af van besluitvorming in de Eerste Kamer en mogelijke juridische procedures.