Warsh wil nieuw pact tussen Fed en ministerie - onafhankelijkheid onder vuur
In dit artikel:
Kevin Warsh, door president Trump twee weken geleden voorgedragen als nieuwe voorzitter van de Federal Reserve, wil de relatie tussen de Fed en het Amerikaanse ministerie van Financiën herijken via een nieuw Fed‑Treasury‑akkoord, geïnspireerd op het historische pact van 1951. Zijn voorstel beoogt heldere, vooraf vastgelegde grenzen voor de omvang van de Fed‑balans en expliciete regels wanneer de centrale bank op de obligatiemarkt mag ingrijpen. Het doel is dat het ministerie zijn schulduitgifte daarop afstemt, zodat grootschalige aankoopprogramma's alleen in echte noodsituaties en zo tijdelijk mogelijk plaatsvinden.
Warsh voert aan dat de scheiding tussen monetaire en fiscale politiek is vervaagd sinds de financiële crisis en de pandemie: de Fed kocht voor duizenden miljarden dollars obligaties, wat de balans opdrijft tot ruim 6 biljoen dollar en van de centrale bank een dominante speler maakte in de Amerikaanse staatsobligatiemarkt van circa 30 biljoen dollar. Als fervent criticus van quantitative easing pleit hij voor afbouw van die balans en een verschuiving naar kortlopende schatkistpapier (Treasury bills) om marktwerking en voorspelbaarheid te herstellen.
Tegelijk roept het plan bezorgdheid op dat zo’n akkoord politiek druk naar de Fed kan legitimeren — vooral nu Trump en minister van Financiën Scott Bessent openlijk meer afstemming willen — en dat markten het kunnen zien als impliciete garantie voor staatsfinanciering, wat de geloofwaardigheid van inflatiebestrijding kan ondermijnen. Voorstanders, waaronder Warsh zelf, beweren juist dat duidelijke spelregels toekomstige structurele steun aan de staat moeten voorkomen.
Warsh wordt gezien als relatief havikachtig ten aanzien van inflatie en stabiliteit, maar niet per se voorstander van permanent hogere rentes; hij heeft ook gepleit voor ruimte voor renteverlagingen. De nominatie leidde tot directe marktreacties: onder meer Bitcoin en aandelen daalden. Analisten wijzen erop dat rente‑besluiten blijven bij een breed Fed‑comité, wat directe politieke overname onwaarschijnlijk maakt.