Waarom de VS en Japan samen ingrijpen om de yen te redden
In dit artikel:
De Verenigde Staten en Japan hebben gezamenlijk ingegrepen om de sterk verzwakte yen te ondersteunen. De operatie is historisch: in tientallen jaren werkten beide landen niet eerder op deze schaal samen op de valutamarkt. Japan wil voorkomen dat de munt verder wegzakt, terwijl de VS vooral een ontwrichtende verkoop van Amerikaanse staatsobligaties probeert te voorkomen.
De yen staat onder druk door het grote renteverschil tussen Japan en de Verenigde Staten. De Japanse centrale bank hield de rente jarenlang vrijwel op nul, terwijl de Federal Reserve de rente sterk verhoogde om inflatie te bestrijden. Beleggers konden daardoor goedkoop yen lenen, die omwisselen voor dollars en het geld vervolgens investeren in Amerikaanse staatsobligaties of andere dollarbeleggingen. Deze zogenoemde carry trade vergrootte de vraag naar dollars en de verkoopdruk op de yen.
Ook de hoge Japanse staatsschuld en aanhoudende begrotingstekorten ondermijnen het vertrouwen in de munt. De spanningen rond Iran versterkten de daling bovendien. Japan importeert vrijwel al zijn olie en gas en moest door hogere energieprijzen meer dollars kopen. Tegelijkertijd verwachtten beleggers dat de Amerikaanse rente langer hoog zou blijven. Op 23 juli zakte de yen naar 163,99 per dollar, het laagste niveau in veertig jaar.
Een zwakke yen maakt import duurder en tast de koopkracht van Japanse huishoudens aan. Voor Washington is vooral de positie van Japan als grootste buitenlandse eigenaar van Amerikaanse staatsobligaties van belang. Als Tokio zijn dollarreserves zou uitputten, kan het Amerikaanse obligaties moeten verkopen om de yen te verdedigen. Zo’n verkoopgolf zou de obligatiekoersen drukken en de Amerikaanse lange rente verder verhogen, waardoor lenen voor de overheid, bedrijven en consumenten duurder wordt.
Om dat risico te beperken heeft de Federal Reserve Japan toegang gegeven tot een tijdelijke dollarfaciliteit. Japan kan daarmee dollars lenen met Amerikaanse staatsobligaties als onderpand, in plaats van die obligaties direct te verkopen. De Japanse minister van Financiën besluit tot de interventie; de centrale bank voert die uit via commerciële banken. Die verkopen dollars en kopen op grote schaal yen, waardoor de vraag naar de Japanse munt toeneemt. Japan beschikt daarvoor over ongeveer 1,09 biljoen dollar aan reserves.
Tokio houdt de omvang en timing van interventies meestal bewust geheim om speculanten af te schrikken. Op 30 juli werd naar schatting 53 miljard dollar ingezet, mogelijk een recordbedrag voor één dag, gevolgd door ongeveer 34 miljard dollar op 31 juli. Door de Amerikaanse deelname lijkt de operatie groter dan eerdere gezamenlijke acties uit 1998 en 2011.
Een interventie kan de yen snel sterker maken, omdat speculanten hun posities tegen de munt moeten sluiten. Het effect is echter meestal tijdelijk. Japan gaf eind april al bijna 74 miljard dollar uit, maar enkele weken later was de winst verdwenen. Zolang het renteverschil, de vraag naar dollars en de dure energie-import blijven bestaan, blijven de fundamentele problemen overeind. Investeringen in onder meer kunstmatige intelligentie, halfgeleiders en defensie moeten de economie op langere termijn versterken, maar het is onzeker of de gezamenlijke interventie de daling van de yen definitief kan keren. Schommelingen in de yen kunnen bovendien wereldwijd doorwerken op obligaties, aandelen, crypto en andere risicovolle beleggingen.
De Oranjezomer: Raymond Mens over opmerkelijke verzoeken: 'Ze willen m'n sokken om eraan te ruiken'