Waarom de grootste inflatieangst van 2026 mogelijk verdwijnt
In dit artikel:
De markt lijkt te geloven dat de energiecrisis rond de Straat van Hormuz haar piek voorbij is, stelt analist Andreas Steno Larsen: prijzen voor olie, kunstmest en andere direct gerelateerde grondstoffen dalen. Enkele weken geleden heerste nog de vrees voor een nieuwe inflatiegolf die centrale banken tot stevige renteverhogingen zou dwingen, maar dat scenario verliest terrein doordat de vraagkant — vooral China — tijdelijk sterk terugvalt.
China beschikt naar schatting over ongeveer 1,3 miljard vaten aan strategische en commerciële voorraden. Voor de oorlog importeerde het land circa 10–12 miljoen vaten per dag, gemiddeld rond 11 miljoen. Bij een veronderstelde halvering van de import ontstaat een gat van ongeveer 5,5 miljoen vaten per dag; die voorraden zouden dat tekort theoretisch zo’n 236 dagen (bijna acht maanden) kunnen compenseren. Door die kooppauze verdwijnt een belangrijk deel van de wereldwijde vraag, wat de prijsdruk verklaart, ook al blijft de doorgang via Hormuz deels verstoord.
De geopolitieke hefboom van Iran neemt daardoor af naarmate markten en landen alternatieven inzetten. Staats- en bedrijfsinvesteringen in andere exportroutes en in opslagcapaciteit nemen toe: de Verenigde Arabische Emiraten leggen extra pijplijnen aan en Saoedi-Arabië gebruikt zijn oost-westverbinding naar de Rode Zee. Hoe langer de situatie aanhoudt, hoe minder doorslaggevend de controle over Hormuz wordt, waardoor een onderhandelde oplossing waarschijnlijker lijkt dan verdere escalatie.
Macro-economisch is belangrijk dat veel inputprijzen op terugweg zijn: energie, transport en landbouwinputs zoals urea laten een neerwaartse trend zien. Deze daling voorkomt dat de huidige schok vergelijkbaar wordt met de brede inflatiegolf van 2021–2022. Voor centrale banken betekent dit dat de noodzaak tot agressieve renteverhogingen afneemt; als inputkosten blijven zakken kan inflatiedruk zonder harde monetaire ingrepen afnemen.
Het voornaamste risico voor markten blijft dat centrale banken toch te sterk ingrijpen uit angst voor aanhoudende inflatie, waardoor de kredietcyclus wordt geraakt. Maar zolang de inputkosten verder verzwakken, lijkt zo’n reactie minder waarschijnlijk. Dat geeft beleggers ruimte: geopolitieke ruis is beheersbaar zolang die niet leidt tot een nieuwe, sterke inflatiegolf en harde beleidsreacties.