Unilever overweegt verkoop voedingsdivisie: einde van een tijdperk?
In dit artikel:
Unilever overweegt de verkoop of afsplitsing van zijn voedingsdivisie, een ingrijpende heroriëntatie die de structuur van het concern flink kan veranderen. Meerdere ingewijden zeggen dat het management verschillende opties onderzoekt — van het volledig afsplitsen van de bedrijfstak tot het verkopen van een deel van de merken — en dat een definitieve keuze waarschijnlijk pas over jaren valt. De waarde van de voedingsactiviteiten wordt door analisten geschat op tientallen miljarden euro’s.
De stap past in een bredere strategie van Unilever om te versimpelen en te focussen op sneller groeiende segmenten zoals persoonlijke verzorging, beauty en welzijn. Eerder werden al kleinere voedingsmerken afgestoten (onder andere Conimex en De Vegetarische Slager) en werd de ijsdivisie afgesplitst en onder de merknaam Magnum naar de beurs gebracht. Bekende voedingsmerken als Knorr en Hellmann’s behoren tot de onderzochte portefeuille, maar hoewel de voedingsdivisie hoge marges haalt, blijft de onderliggende groei achter bij andere takken van Unilever.
Druk komt ook van toegenomen concurrentie door huismerken en veranderend consumentengedrag sinds de periode van hoge inflatie, waardoor traditionele voedingsmerken minder aantrekkelijk lijken. Een verkoop zou Unilever in één klap veel kapitaal opleveren dat het bedrijf kan inzetten om te investeren in snellere groeimarkten.
De mogelijke transactie heeft ook symbolische betekenis voor Nederland: de voedingsdivisie is sterk verbonden met Rotterdam (hoofdkantoor) en het onderzoekscentrum in Wageningen. Mocht de divisie worden afgestoten, verdwijnt mogelijk het laatste grote Nederlandse onderdeel van Unilever, dat zijn hoofdzetel al naar het Verenigd Koninkrijk verplaatste. Eerdere afsplitsingen lieten wel zien dat activiteiten deels in Nederland kunnen blijven. Unilever heeft zich niet publiekelijk uitgelaten over de berichtgeving; marktwaarnemers achten de verkenningsernst groot.