Trump koopt voor honderden miljoenen op de beurs: ook in crypto-aandelen
In dit artikel:
Tussen 1 januari en 31 maart 2026 registreert de openbaargemaakte OGE Form 278-T dat president Donald Trump 3.642 effectenorders plaatste — gemiddeld zo’n zestig transacties per handelsdag — verspreid over een 113 pagina’s tellend verslag van het Office of Government Ethics. De beleggingen, met een totale waarde die mogelijk oploopt tot circa 750 miljoen dollar, omvatten grote posities in techgiganten (Nvidia, Microsoft, Broadcom, Apple, Oracle) en meerdere crypto-gerelateerde bedrijven (Coinbase, Strategy, MARA Holdings).
Het is onwaarschijnlijk dat Trump zelf alle orders heeft uitgevoerd. Zijn vermogen zit in de Donald J. Trump Revocable Trust, beheerd door zoon Donald Trump Jr. en oud-CFO Allen Weisselberg, waarbij brokers als tussenpersoon optraden. In tegenstelling tot eerdere presidenten gebruikte Trump geen blind trust; als begunstigde kan hij uit deze herroepelijke trust geld opnemen en heeft hij invloed op de trustees. Dat verschil roept vragen op over potentiële belangenverstrengeling, ook al stelt het Witte Huis dat alle transacties voldoen aan de STOCK Act. Die wet uit 2012 verplicht hoge bestuurders transacties boven 1.000 dollar binnen 45 dagen te melden om handel op niet-openbare informatie te voorkomen.
Opvallende details: individuele aankopen gingen vaak tussen 1–5 miljoen dollar, terwijl verkopen in sommige gevallen 5–25 miljoen bedroegen. Trump kocht meerdere keren Coinbase-aandelen (de grootste aankoop op 10 februari ter waarde van 100.000–250.000 dollar). Vanaf 10 februari bouwde hij bovendien miljoenenposities in Dell Technologies op; na een lofzang voor Dell op 8 mei steeg het aandeel ~12% — kort daarna maakte de familie Dell een eerdere toezegging aan het “Trump Accounts”-programma bekend. Ook aankopen in Intel vallen op, juist nadat de Amerikaanse overheid in augustus 2025 9,9% van het bedrijf verwierf.
De documenten geven een zelden vertoonde inkijk in de handelsactiviteit van een zittende president en versterken debat over transparantie en grenzen tussen privévermogen en publieke functie.