Scheepvaart door Straat van Hormuz op hoogste niveau sinds begin van oorlog
In dit artikel:
Het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz trekt langzaam aan en bereikte in het weekend het hoogste niveau sinds het begin van het conflict, met tientallen schepen die vooral richting de Arabische Zee voeren. Diverse landen hebben bilaterale afspraken met Teheran gesloten waardoor passage weer mogelijk wordt, maar dat vergroot tegelijk de macht van Iran over de doorgang: doorvaart hangt steeds vaker af van Iraanse toestemming en voorwaarden.
Voorbeelden: een tanker met Iraakse ruwe olie kon passeren na een vrijstelling van Iran; India, met een eigen akkoord, zag meerdere LPG-tankers passeren en nam voor het eerst in jaren weer Iraans vloeibaar petroleumgas af. Ook twee Chinese containerschepen slaagden na een tweede poging, en schepen met Japanse, Turkse, Griekse en Thaise vlaggen passeerden. Desondanks blijft het verkeer ver onder het pre-oorlogspeil van circa 135 schepen per dag — in het hele weekend waren het er slechts 21.
Iran dwingt steeds vaker routes en voorwaarden af; veel schepen varen dicht langs de Iraanse kust, anderen kiezen een alternatieve route langs Oman. Muscat voert gesprekken om de doorstroming te versoepelen, maar de feitelijke controle ligt voorlopig bij Teheran. Iran werkt aan wetgeving om tolheffing en zijn greep op de zeestraat juridisch te verankeren en zegt de doorgang pas volledig te openen als tolinkomsten genoeg opleveren om oorlogsschade te dekken — wat herstel ook na een staakt‑het‑vuren ongewis maakt.
Voor energie- en scheepvaartmarkten is de lichte opleving positief maar uiterst fragiel: elke nieuwe escalatie, en ook politieke dreigementen zoals de genoemde deadline van Trump met mogelijke aanvallen op Iraanse infrastructuur, kunnen de doorvaart snel weer stilleggen.