S&P 500 bereikt historisch record dat beleggers zorgen baart
In dit artikel:
De Amerikaanse aandelenmarkt is sterker geconcentreerd dan ooit. De vijftien grootste bedrijven zijn samen goed voor 46,7 procent van de totale waarde van de S&P 500, tegenover ongeveer 27,2 procent tijdens de dotcombubbel in 2000.
Vooral Nvidia, Apple, Alphabet en Microsoft bepalen het beeld. Hun gezamenlijke gewicht bedraagt ruim 26 procent van de index. De vijf grootste ondernemingen zijn bovendien ongeveer evenveel waard als de 434 kleinste bedrijven samen.
Dat heeft gevolgen voor beleggers die via een S&P 500-ETF denken breed gespreid te investeren. Bijna de helft van elke ingelegde dollar komt indirect terecht bij slechts vijftien ondernemingen. Daardoor zijn de prestaties van enkele megacaps, en vooral het voortbestaan van de AI-rally, steeds bepalender voor het totale rendement.
De situatie doet denken aan de dotcombubbel, waarna de S&P 500 na de piek van maart 2000 bijna de helft verloor. Een herhaling is echter niet vanzelfsprekend: analist Tom Lee verwacht dat de huidige AI-cyclus nog jaren kan aanhouden. Goldman Sachs waarschuwt tegelijk dat beurswinsten sinds de dotcomperiode niet eerder zo geconcentreerd waren. De beperkte marktbreedte vormt daarmee een kwetsbaarheid, ook zolang de koersen blijven stijgen.
Vandaag Inside: Is Wilfred Genee al gepolst als opvolger van Gerard Joling bij de Toppers?