Recessie-indicator van Warren Buffett stijgt naar recordhoogte
In dit artikel:
De Buffett‑indicator is recent gestegen naar een record van 236 procent: de totale beurswaarde van alle Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven is daarmee ruim twee keer zo groot als het Amerikaanse bbp. Ter vergelijking: eind 2025 stond de ratio rond 220 procent en tijdens de internetzeepbel in 2000 piekte die ongeveer op 190 procent.
De indicator vergelijkt marktwaarde en bbp en werd bekend doordat Warren Buffett hem aanprijst als een nuttige graadmeter voor waarderingen. Een hogere ratio wijst erop dat aandelenkoersen vooruitlopen op de onderliggende economische groei; een lage ratio suggereert relatief goedkope aandelen. De afgelopen tien jaar is de maatstaf vrijwel onafgebroken opgelopen, met een korte terugval in 2023.
Een recordstand betekent niet per se dat een crash of recessie op korte termijn volgt: extreem hoge waarderingen kunnen langdurig aanhouden zolang bedrijfswinsten groeien en beleggers optimistisch blijven. Tegelijkertijd geeft de geschiedenis aan dat zulke pieken gepaard gaan met verhoogde kwetsbaarheid: teleurstellingen in economische groei, winstcijfers, inflatie of rentebeleid kunnen dan harder toeslaan.
Voor beleggers fungeert de Buffett‑indicator vooral als waarschuwing dat de foutmarge kleiner wordt. Omdat de Amerikaanse markt nu op historisch hoge waarderingen noteert, neemt de kans op grotere koersschommelingen toe zodra het sentiment omslaat. De indicator geeft geen exacte timing van een correctie; hij markeert vooral hoe uitzonderlijk de huidige waarderingen zijn en waarom risico‑management en spreiding relevant blijven.
Als extra context: beleggers kijken naast deze ratio ook naar andere waarderingsmaatstaven (zoals de Shiller‑CAPE), en naar factoren die hoge waarderingen kunnen ondersteunen of ondermijnen — bijvoorbeeld concentratie in mega‑cap technologiebedrijven, winstgroei en het renteklimaat.