Producentenprijzen VS exploderen: renteverlaging Fed nog verder weg
In dit artikel:
De Amerikaanse producentenprijzen schoten in februari duidelijk hoger uit dan verwacht, wat de kans op kortetermijnrenteverlagingen door de Federal Reserve verkleint en markten raakt. De PPI steeg 3,3% op jaarbasis (verwachting 2,5%) en 0,9% op maandbasis (verwacht 0,2%). Ook de kern-PPI, exclusief energie en voedsel, kwam flink hoger: 3,7% op jaarbasis versus 3,0% verwacht en 0,9% op maandbasis in plaats van 0,2%.
De PPI meet wat producenten ontvangen voor goederen en diensten en fungeert als voorloper van de consumentenprijsinflatie (CPI): hogere kosten voor grondstoffen, transport en productie worden vaak doorberekend aan consumenten. De stijging betreft niet alleen energie, al heeft het conflict met Iran en de stagnerende scheepvaart in de Straat van Hormuz de olieprijzen recent opgedreven en daarmee productie- en transportkosten extra belast. Omdat ook de kern-PPI sterk is, wijst het op bredere, hardnekkige prijsdruk in de economie.
Voor de Federal Reserve zijn de cijfers ongunstig: de centrale bank wil eerst duidelijke inflatievermindering zien voordat ze de rente verlaagt. Dat maakt renteverlagingen op korte termijn onwaarschijnlijker en verhoogt de aantrekkelijkheid van vastrentende beleggingen ten opzichte van risicovollere activa.
Korte termijnreactie op markten: druk op aandelen en crypto — Bitcoin handelt al langere tijd onder de weerstand van 75.000 dollar — aangezien hogere renteverwachtingen risk-on beleggingen belasten. Anderzijds kan aanhoudende inflatie het verhaal van Bitcoin (en goud, dat rond recordniveaus noteert) als waardevast middel juist versterken. Beleggers richten zich nu op het rentebesluit van de Fed later vandaag en de persconferentie van voorzitter Jerome Powell voor verdere richting.