Paniek aan de pomp: diesel- en benzineprijzen stijgen naar recordniveaus
In dit artikel:
De prijs van ruwe olie is sinds het uitbreken van het Midden-Oostenconflict sterk opgelopen en dat merken consumenten direct aan de pomp. Waar olie in februari nog rond 60–70 dollar per vat noteerde, kost een vat inmiddels ruim 110 dollar — een stijging van zo’n 60 procent — en dagelijkse prijsschommelingen van circa 10 procent illustreren de hoge volatiliteit.
Door deze beweging lopen brandstofkosten in Nederland op: de gemiddelde adviesprijs voor diesel steeg recent naar ongeveer €2,776 per liter (tegen €2,688 een dag eerder), benzine ligt rond €2,583 per liter. Sinds het begin van de oorlog is Euro95 ongeveer €0,30 per liter duurder geworden. De prijsstijgingen worden gevoed door verstoringen in de aanvoerketen, sancties op Russische olieproducten en de sterke vermindering van scheepvaartroutes via de Straat van Hormuz door Iran.
De krapte leidt tot een wereldwijde concurrentie om dieselvoorraden en zet raffinaderijen onder druk, waardoor schaarste aanhoudt en verdere prijsstijgingen mogelijk blijven zolang het conflict voortduurt. De hogere energiekosten werken door in de hele economie — van transport- en productiekosten tot voedselprijzen — en dragen zo bij aan stijgende inflatiecijfers wereldwijd.
Op de financiële markten is zichtbaar dat olie en risicovolle beleggingen momenteel tegengesteld bewegen: terwijl energieprijzen omhooggaan, staan aandelen en crypto’s zoals Bitcoin en Ethereum onder druk. Dat weerspiegelt beleggers die posities aanpassen uit vrees voor aanhoudende inflatie en een mogelijk strakker monetair beleid van centrale banken, wat doorgaans negatief is voor risicovolle activa.
Kortom: zolang de spanningen in het Midden-Oosten aanhouden blijven hogere brandstofprijzen, opstuwende inflatie en effecten op investeringsgedrag waarschijnlijk.