Palantir profiteert van Trump, maar betaalt daar nu de prijs voor
In dit artikel:
Palantir, ooit vooral bekend als een geheimzinnig data- en veiligheidsbedrijf, is uitgegroeid tot een van de grootste beurswinnaars van het AI-tijdperk met een marktwaarde van zo’n 330 miljard dollar. Het bedrijf, dat na de aanslagen van 11 september werd opgericht om overheden te helpen met analyse en veiligheid, profiteerde sterk van zijn samenwerking met de Amerikaanse overheid onder Donald Trump. De omzet uit federale contracten groeide en op Wall Street schoot het aandeel in 2025 omhoog.
Die snelle opmars heeft echter een keerzijde: Palantir krijgt steeds meer kritiek omdat het nauw wordt geassocieerd met Trump, streng immigratiebeleid, defensietoepassingen en de MAGA-beweging. Volgens de Financial Times maakt die politieke lading werknemers, klanten en beleggers onrustig. Critici zien het bedrijf steeds minder als slimme dataleverancier en steeds meer als symbool van surveillance, deportaties en oorlogsvoering.
CEO Alex Karp versterkt dat beeld deels zelf door Palantir openlijk anti-woke te noemen en het bedrijf te verdedigen als een speler in militaire technologie. Dat kan lastig worden voor een onderneming die afhankelijk is van overheidsopdrachten, ziekenhuizen, bedrijven en technisch talent. Juist daar zit een nieuw risico: ervaren ingenieurs vertrekken naar concurrenten als OpenAI en Anthropic, terwijl Palantir hen hard nodig heeft voor zijn klantgerichte software-ontwikkeling.
Ook politiek kan de situatie omslaan. Als Democraten in de Verenigde Staten weer meer macht krijgen, kunnen zij onderzoek instellen naar Palantir en bestaande contracten onder druk zetten. In Europa groeit ondertussen de argwaan, met name in landen als Duitsland, Frankrijk en Zwitserland, waar men zich zorgen maakt over digitale afhankelijkheid en politieke gevoeligheid.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen geen fan van Bruno Mars: 'Dat is een kinderartiest!'