Oorlog met Iran laat wereldwijde oliebuffer in ongekend tempo leeglopen
In dit artikel:
De wereldwijde olievoorraden lopen in een ongekend tempo terug door de oorlog met Iran en de vrijwel stilgevallen doorvoer via de Straat van Hormuz, waardoor het traditionele vangnet tegen plotselinge tekorten grotendeels is verdwenen. Sinds de bijna volledige sluiting van de straathoof is er naar schatting meer dan een miljard vaten aan aanbod uitgevallen; tussen 1 maart en 25 april ging volgens Morgan Stanley ongeveer 4,8 miljoen vaten per dag van de markt — de snelste kwartaalafname ooit op basis van data van het Internationaal Energieagentschap.
Het grootste deel van de krimp betreft ruwe olie (bijna 60 procent), de rest bestaat uit geraffineerde producten zoals benzine, diesel en kerosine. Analisten wijzen op een operationeel minimum: een minimumniveau aan voorraden dat nodig is om pijpleidingen, opslag en terminals goed te laten draaien. Zodra voorraden onder dat niveau zakken, groeit de kans op ernstige logistieke knelpunten en scherpe prijsstijgingen. JPMorgan waarschuwt dat OESO-voorraden al binnen enkele weken onder stressniveaus kunnen komen als de Straat van Hormuz gesloten blijft, en dat het operationele minimum mogelijk in september in zicht komt.
De eerste tekorten tekenen zich in Azië af. Handelaren noemen landen als Indonesië, Vietnam, Pakistan en de Filipijnen bijzonder kwetsbaar; hun voorraden kunnen binnen weken richting kritieke niveaus dalen. Tegelijkertijd houden grotere economieën zoals China voorlopig meer buffers aan: Chinese ruwe-olievoorraden stegen volgens satellietanalyse deels zelfs tijdens het conflict, en sommige raffinaderijen in China en Zuid-Korea overwegen weer exporten op te schalen. Desondanks is de regionale voorraadvermindering in Azië sinds het begin van de oorlog ongeveer 70 miljoen vaten; Japan en India zitten op seizoensdieptes en noteerden dalingen (respectievelijk circa 50% en 10% sinds het begin van de strijd).
Europa ziet vooral sterke uitputting van kerosinevoorraden juist nu het zomerseizoen voor de luchtvaart start. In het belangrijke Amsterdam-Rotterdam-Antwerpengebied zijn kerosinevoorraden met ongeveer een derde gedaald tot het laagste niveau in zes jaar, waardoor luchtvaartlanden zoals het VK, Duitsland en Frankrijk kwetsbaar worden. Wereldwijd kan de zomer vraag en voorraden verder onder druk zetten.
De Verenigde Staten zijn als leverancier van laatste resort naar voren geschoven, maar ook hun voorraden staan onder druk. Door stijgende exporten daalden Amerikaanse ruwe-olievoorraden — inclusief de strategische reserve — vier weken op rij; distillaten (diesel, kerosine) bevinden zich op het laagste niveau sinds 2005 en benzine is dicht bij het laagste seizoensniveau sinds 2014. De VS hebben tot nu toe 79,7 miljoen vaten vrijgegeven van de beloofde 172 miljoen vaten uit gezamenlijke strategische acties onder coördinatie van het IEA. Als alle beloften worden nagekomen daalt de Amerikaanse reserve naar het laagste niveau sinds 1982.
De marktreacties zijn al zichtbaar: fysieke prijzen voor ruwe olie en belangrijke brandstoffen zijn flink opgelopen, wat inflatiedruk vergroot en het risico op een wereldwijde recessie doet stijgen. Gebruikers merken de gevolgen concreet: Indiase LPG-tekorten, vluchtannuleringen en sterk hogere benzineprijzen. Tegelijkertijd daalt de globale olieconsumptie deels door verminderde aanvoer en deels door hoge prijzen; sommige handelshuizen, zoals Goldman Sachs, melden dat de voorraaddaling recent iets is afgevlakt door zwakkere vraag uit China.
Regeringen staan voor een dilemma: extra vrijgave van strategische voorraden kan de korte termijn verlichten maar vermindert de buffer tegen toekomstige schokken en vergroot op termijn de prijsdruk omdat landen en bedrijven snel hun voorraden zullen willen aanvullen zodra de doorvoer herstelt. Zelf op langere termijn blijft de oliemarkt kwetsbaar zolang voorraden onder kritische niveaus hangen — ook als het conflict wordt beëindigd.