Olieprijs stijgt 10% naar hoogste niveau sinds 2022: beurzen zoeken houvast
In dit artikel:
De olieprijs klom scherp en schommelt rond de 110 dollar per vat, waarmee Amerikaanse olie binnen korte tijd meer dan tien procent steeg en op weg is naar de hoogste weeksluiting sinds juni 2022. De aanjager van die beweging is vooral vrees voor aanbodverstoring: de Straat van Hormuz, een cruciale scheepvaartroute voor olie, is grotendeels afgesloten, waardoor veel olie niet de markt bereikt.
Beurzen reageerden nerveus. De handelsdag begon met stevige verliezen nadat ex-president Donald Trump harde taal uitsprak richting Iran en zei dat het land de komende weken “hard te raken” zou zijn. Daardoor openden Europese markten lager (de AEX zakte richting ongeveer één procent) en verloren Amerikaanse indices bij opening flink — de Dow meer dan zeshonderd punten, S&P 500 en Nasdaq ruim één procent. Later op de dag draaide het sentiment toen berichten verschenen dat Iran en Oman samenwerken aan een plan om het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz te reguleren; dat gaf beleggers hoop en liet de Amerikaanse indices een groot deel van hun verliezen terugwinnen. Uiteindelijk sloten de hoofdindices licht in het rood, maar de paniek was grotendeels verdwenen.
Sectorgewijs profiteren energiebedrijven duidelijk van de hogere olieprijs — bedrijven als Shell en TotalEnergies stegen — terwijl technologieaandelen volatiel waren: softwarebedrijven herstelden, maar chipaandelen bleven achter. Analisten waarschuwen dat aanhoudend hoge olieprijzen de inflatie in de VS weer kunnen aanwakkeren en ook in Europa leiden tot hogere brandstofkosten en mogelijk tekorten aan diesel en kerosine.
Kortom: geopolitieke spanningen rond Iran en de onzekerheid over doorvoer via de Straat van Hormuz hebben de olieprijs en daarmee de wereldwijde markten flink in beweging gebracht. Zolang die onrust aanhoudt en de olieprijs hoog blijft, blijven markten extra gevoelig en waarschijnlijk volatiel.