Olieprijs schommelt en beurzen dalen door verwarring rond Iraans uranium
In dit artikel:
Vandaag maakte de olieprijs een scherpe, kortstondige sprong nadat Reuters meldde dat de Iraanse leider zou hebben bevolen dat bijna-wapenwaardig uranium het land niet mag verlaten; die winsten smolten grotendeels weg toen Teheran het bericht ontkende. De Amerikaanse WTI-raffinaderij steeg in eerste instantie bijna 4% naar 101,96 dollar per vat, Brent klom circa 3% naar 108,34 dollar, maar viel daarna terug na de ontkenning.
De prijsschommelingen zijn gekoppeld aan zorgen over de Straat van Hormuz: als die zeestraat—waar normaal een vijfde van ’s werelds olie doorheen vaart—langer gesloten blijft, drukt dat direct op de wereldoliemarkt. Op aandelenmarkten was het beeld overwegend negatief: de S&P 500 verloor 0,46%, de Dow Jones 0,41% en de Nasdaq 100 0,57%. In Europa stonden de Stoxx 600, DAX en CAC 40 respectievelijk ongeveer 0,3–0,6% lager; de Amsterdamse AEX noteerde een kleine plus van 0,37%.
Volgens Reuters zouden twee hoge Iraanse functionarissen hebben gezegd dat het regime vreest dat uitlevering van verrijkt uranium hen kwetsbaar maakt voor Amerikaanse of Israëlische aanvallen. Washington dringt juist aan op afvoer van dat materiaal — een punt waar president Trump eerder Israël mee tegemoetkwam in vredesbesprekingen. Kort na het nieuws noemde een hooggeplaatste Iraanse functionaris de berichtgeving vijandelijke propaganda en stelde dat Iran het uranium in eigen land zal verdunnen; ook het Witte Huis veegde de oorspronkelijke claim via Fox News van tafel.
Tegelijk onderzoekt Iran met Oman de mogelijkheid om permanent tol te heffen op scheepvaart door de Straat van Hormuz. En eerder deze week introduceerde Iran het Bitcoin-verzekeringsplatform Hormuz Safe, dat volgens schattingen tot circa 10 miljard dollar aan inkomsten kan opleveren — een aanwijzing dat Teheran de zeestraat zowel als geopolitieke hefboom als inkomstenbron ziet.