Oliemarkt nadert kritiek punt: Azië zit al bijna zonder buffer
In dit artikel:
Jeff Currie, energiestrateeg bij investeringsmaatschappij Carlyle, waarschuwt dat de wereldoliemarkt dicht bij een kritiek kantelpunt zit. Volgens hem zijn vooral Aziatische voorraden al bijna op het minimale operationele niveau; Europa kan binnen enkele weken in dezelfde krapte terechtkomen en de Verenigde Staten lopen mogelijk in juli tegen spanningen aan.
Currie benadrukt dat totale wereldvoorraadcijfers een vertekend beeld geven: veel opgeslagen olie is nodig om pijpleidingen, tanks en raffinaderijen veilig te laten draaien en is dus niet meteen bruikbaar op de markt. Kijkt men alleen naar de daadwerkelijk beschikbare hoeveelheden — de “moleculen” die direct inzetbaar zijn — dan ziet de situatie er aanzienlijk nijpender uit.
De krapte concentreert zich vooral bij geraffineerde producten. Waar eerder vliegtuigbrandstof (kerosine) prijsdruk veroorzaakte, is het nu diesel dat onder druk staat. Diesel is essentieel voor vrachtvervoer, scheepvaart, landbouw en industrie; tekorten of hogere prijzen werken daarom snel door in transportkosten en consumentenprijzen.
Tijdelijke verlichting komt doordat de VS olie uit de strategische reserves naar Europa stuurt, maar die maatregel is niet eindeloos houdbaar. Bovendien is de kernoorzaak fysiek: er ontbreken eenvoudigweg voldoende vloeibare brandstoffen. Belastingsverlagingen helpen de bevoorrading niet, aldus Currie.
De onderliggende oorzaak blijft de verstoring van de scheepvaart door de oorlog met Iran en de gehavende doorgang via de Straat van Hormuz, waar zo’n vijfde van de wereldoliehandel normaallangs gaat. Zolang Hormuz niet volledig vrij is, slinken de beschikbare voorraden verder, stijgt de kwetsbaarheid voor prijsschokken en groeit de onderhandelingsmacht van Iran. Zelfs bij directe heropening van de route zal het weken duren voordat de aanvoer echt normaliseert.