Obligatiemarkt waarschuwt voor Iran-oorlog: rentes lopen hard op
In dit artikel:
De obligatiemarkt stuurt alarmsignalen nu de oorlog met Iran de olieprijs boven 100 dollar per vat duwt en onzekerheid rondom de Straat van Hormuz aanhoudt. Als direct gevolg steeg de Amerikaanse 10-jaarsrente afgelopen week met bijna 24 basispunten naar circa 4,6 procent — een cruciale benchmark die doorwerkt in hypotheken, autoleningen en ander consumenten krediet. Deze rente wordt niet door de Fed vastgelegd maar door de markt zelf bepaald.
Daleep Singh, voormalig plaatsvervangend nationaal veiligheidsadviseur en nu hoofdeconoom bij PGIM, waarschuwt dat dit past in een bredere reeks aanbodschokken (covid, oorlog in Oekraïne, hogere importtarieven, strengere migratieregels en nu Iran) die samen de neiging hebben structureel hogere inflatie te creëren. Daardoor moet de Federal Reserve volgens hem niet te snel denken aan verlaging van de beleidsrente; marktprijzen suggereren zelfs een grotere kans op verdere verhogingen.
De nieuwe Fed-voorzitter Kevin Warsh krijgt deze uitdaging in een lastige context: oplopende energieprijzen versterken inflatiedruk terwijl politieke krachten juist om steun aan de economie vragen. Dat maakt elk rentebesluit delicaat — verlagen kan groei helpen maar inflatie aanjagen; verhogen kan inflatie remmen maar de economie afkoelen.
Singh ziet ook het risico van een opbloeiende "bond-vigilante" trade: obligatiebeleggers die hogere rendementen afdwingen uit vrees voor oplopende inflatie en oplopende staatsschulden. Mocht de 10-jaarsrente richting 5 procent opschuiven, verwacht hij dat de overheid mogelijk in zal grijpen — bijvoorbeeld via meer kortlopend papier, terugkoopprogramma’s of gecoördineerde signaling met de Fed — wat neerkomt op vormen van financiële repressie om schuldlast beheersbaar te houden.
Over het Iran-conflict is hij pessimistisch: beide partijen kunnen elkaar moeilijk uitschakelen zonder hoge kosten, waardoor een patstelling blijft bestaan. Een oplossing vereist volgens Singh waarschijnlijk een derde partij als garant, waarbij China een rol zou kunnen spelen; hij schat dat zo’n akkoord binnen één à twee maanden mogelijk zou kunnen worden bereikt.