Nvidia geeft Chinese AI-chipmarkt grotendeels op aan Huawei
In dit artikel:
Nvidia-topman Jensen Huang zegt dat zijn bedrijf de markt voor geavanceerde AI-chips in China grotendeels aan Huawei heeft laten, doordat Amerikaanse exportbeperkingen de verkoop van de meest krachtige chips aan Chinese klanten sterk belemmeren. Waar China eerder een van Nvidia’s snelst groeiende markten was — goed voor minstens een vijfde van de datacenteromzet — ontstaan nu kansen voor Chinese spelers om hun eigen chipecosysteem uit te bouwen; Huawei profiteert daar volgens Huang flink van en beleefde een recordjaar.
Huang stelde dat Nvidia de markt feitelijk heeft “geëvacueerd” en waarschuwde beleggers dat ze niet veel moeten verwachten van directe goedkeuringen voor de verkoop van topchips aan China. Die voorzichtigheid volgt op strengere Amerikaanse regels die export van geavanceerde AI-hardware naar China reguleren en Nvidia tot vergunningaanvragen dwingen.
Tegelijk blijft Nvidia financieel sterk: het bedrijf rapporteerde een omzetstijging van 85% tot 81,62 miljard dollar en kondigde een aandeleninkoop van 80 miljard dollar en een hoger dividend aan, waarmee het de winstgevendheid van de AI-boom onderstreept.
De vraag of Nvidia’s H200-chips naar Chinese bedrijven mogen gaat door als politiek gevoelig dossier. Huang reisde onlangs mee met Donald Trump naar China, maar daar kwam geen duidelijke doorbraak. Reuters meldde dat sommige Chinese internetbedrijven mogelijk toestemming kregen voor H200, maar een Amerikaanse handelsfunctionaris zei later dat chipexportcontrole niet op de agenda stond.
Kortom: geopolitieke beperkingen drijven Nvidia deels weg uit China en geven lokale spelers, met Huawei voorop, ruimte om marktaandeel en technologische onafhankelijkheid op te bouwen, terwijl Nvidia tegelijk recordresultaten blijft boeken buiten die markt.