Nieuwe kabinetsplannen raken koopkracht: vooral lage inkomens de dupe
In dit artikel:
Een recente doorrekening van de planbureaus CPB en PBL laat zien dat de koopkracht van Nederlandse huishoudens verslechtert door de plannen van de nieuwe coalitie (D66, VVD, CDA). Gemiddeld gaat een huishouden ongeveer 0,4 procent in koopkracht achteruit, maar de klap is ongelijk verdeeld: de laagste 40 procent verliest circa 0,5 procent, terwijl de rijkste 20 procent ongeveer 0,3 procent inlevert.
Belangrijke oorzaken zijn ingrepen in de zorg en de sociale zekerheid. Verhoging van het eigen risico en forse bezuinigingen op zorg leiden tot hogere directe lasten en kunnen bovendien tot minder zorgaanbod en lagere kwaliteit leiden. Aanpassingen en krimp in regelingen zoals de WW en WIA verminderen inkomenszekerheid, waardoor huishoudens kwetsbaarder worden voor tegenslagen juist in een periode met al hoge vaste lasten.
Om extra uitgaven (onder andere voor defensie) te betalen combineert het kabinet bezuinigingen met lastenverhogingen. Inkomensbelasting wordt niet volledig gecorrigeerd voor inflatie, wat op termijn een extra lastenverzwaring voor werkenden betekent; bedrijven komen er relatief gunstiger uit. De planbureaus verwachten ook een lichte stijging van het aandeel mensen rond de armoedegrens.
Op korte termijn blijft het begrotingstekort volgens de doorrekening tot 2029 binnen de twee procent van het bbp, maar richting 2030 kan een nieuwe ronde bezuinigingen of belastingverhogingen nodig zijn. Op langere termijn vormen vergrijzing en oplopende zorgkosten een risico voor een flinke stijging van de staatsschuld richting 2060 als er geen aanvullend beleid komt. De uitvoerbaarheid en de precieze verdeling van effecten blijven onzeker.