Markten wachten vol spanning op inflatiecijfers van 14:30 uur
In dit artikel:
De Amerikaanse inflatiecijfers van deze week kunnen bepalen of de Federal Reserve volgende week de rente verhoogt. Om 14.30 uur verschijnt de producentenprijsindex (PPI), gevolgd door de consumentenprijsindex (CPI) op de dag erna.
De PPI meet de prijzen die Amerikaanse producenten ontvangen voor goederen en diensten voordat die de consument bereiken. In juli bleef de index op maandbasis onveranderd, terwijl de stijging op jaarbasis afnam van 5,5 naar 4,7 procent. De kern-PPI, exclusief voedsel en energie, kwam uit op 4,2 procent.
Hoewel de Fed vooral naar de PCE-prijsindex kijkt, worden daarin onderdelen van de PPI verwerkt. Het cijfer geeft daarom belangrijke aanwijzingen over de toekomstige consumenteninflatie. Vooral de kerninflatie is relevant: hogere brandstofprijzen zijn tijdelijk, maar duurdere transportkosten en verpakkingen kunnen langdurig in vrijwel alle winkelprijzen doorwerken.
Na een sterker dan verwacht banenrapport rekent de markt inmiddels op ruim 60 procent kans op een renteverhoging. Valt de PPI mee, dan kan de verwachting van een rentepauze terugkeren, wat gunstig kan zijn voor aandelen, bitcoin en edelmetalen. Een tegenvallend cijfer kan juist voor extra druk zorgen. Tegelijk blijft de oliemarkt een risico: de olieprijs staat op het hoogste niveau sinds eind mei en de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran kunnen de inflatie verder aanjagen.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp walgt van reactie uit tv-wereld op Vandaag Inside: ‘Belachelijk!’