Machtigste bankier ter wereld onder vuur: JPMorgan-topman krijgt kritiek op dubbele rol
In dit artikel:
Jamie Dimon, al twintig jaar zowel ceo als voorzitter van de raad van bestuur van JPMorgan Chase, krijgt onverwacht tegenwind van aandeelhouders. Op 19 mei staat een voorstel op de agenda om die twee functies te scheiden; grote adviesbureaus ISS en Glass Lewis raden beleggers aan vóór die scheiding te stemmen. Zij vinden dat één persoon niet zowel het dagelijkse bestuur kan leiden als het toezicht op dat bestuur kan uitoefenen bij zo’n megabank.
De kritiek richt zich op machtsconcentratie: volgens de adviesbureaus ondermijnt de huidige structuur onafhankelijk toezicht omdat Dimon in feite zichzelf controleert. JPMorgan bestrijdt dat en wijst op de stabiele resultaten en continuïteit onder zijn leiding. Toch kunnen negatieve adviezen van ISS en Glass Lewis zwaar wegen; hun aanbevelingen beïnvloeden veel grote institutionele beleggers en kunnen het vertrouwen op Wall Street raken en Dimons positie verzwakken.
De discussie speelt zich ook af tegen een groter politiek en regulatoir decorum in Washington. Critici klagen al langer dat stemadviseurs te veel invloed hebben ondanks dat zij geen aandelen bezitten; vorig jaar tekende Donald Trump een decreet met het doel die invloed te beperken. Als reactie hebben ISS en Glass Lewis hun methoden aangepast en geven ze nu vaak meerdere stemopties in plaats van één standaardadvies.
Voor beleggers en governance-waarnemers is de stemming meer dan een interne bestuurskwestie. Omdat Dimon een sleutelfiguur is in de Amerikaanse financiële sector, vormt deze machtsstrijd een testcase voor hoe grote banken worden bestuurd en hoe onafhankelijk het toezicht werkelijk is. Het resultaat op 19 mei kan precedentwerking hebben voor besturen van andere grote ondernemingen.