Loskomen van China zou het Westen 23 biljoen dollar kosten
In dit artikel:
Europa, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zouden samen 23,6 biljoen dollar extra moeten investeren als ze hun afhankelijkheid van China in strategische sectoren echt willen afbouwen. Dat blijkt uit onderzoek van EY-Parthenon. Voor de VS gaat het om 13,7 biljoen dollar tot 2050, voor de eurozone om 9,1 biljoen dollar en voor het VK om ongeveer 800 miljard dollar.
Het onderzoek laat zien hoe diep China nog in westerse waardeketens zit. Vooral in batterijen, zeldzame aardmetalen en andere grondstoffen voor technologie, defensie en de energietransitie blijft het land moeilijk te vervangen. Volgens het Internationaal Energieagentschap kan China in 2035 nog altijd meer dan 60 procent van de wereldwijde raffinage van lithium en kobalt verzorgen, en rond 80 procent van batterijgrafiet en zeldzame aardmetalen.
De discussie gaat daarmee niet alleen over handel, maar vooral over economische veiligheid. Dat werd vorig jaar zichtbaar toen China exportbeperkingen instelde op kritieke materialen, na Amerikaanse dreiging met hoge importheffingen. De auto-industrie in Europa en de VS kwam toen bijna stil te liggen, totdat er een tijdelijke deal kwam tussen Washington en Beijing.
Volgens EY-Parthenon en andere analyses betekent minder afhankelijkheid ook hogere kosten. Chinese producten zijn vaak veel goedkoper dan westerse alternatieven, waardoor terughalen of verplaatsen van productie de prijzen opdrijft. In Europese kritieke sectoren kan dat de prijzen met 1 tot 2,5 procent verhogen, wat de inflatie hardnekkiger kan maken en het werk van de ECB en Bank of England moeilijker.
De Oranjezomer: Victor Vlam staat volledig achter zijn woorden over Tim Hofman: 'Een prutser als journalist'