Koopkracht westerse werknemers krimpt opnieuw door Iran-oorlog
In dit artikel:
Werknemers in steeds meer rijke landen zien hun koopkracht opnieuw onder druk staan door een recente energieprijsstijging als gevolg van spanningen rond de Straat van Hormuz. De verstoring van scheepvaart en levering van olie en gas heeft geleid tot hogere kosten voor energie, brandstof en vliegtickets, die vervolgens in de rest van de economie doorsijpelen.
In de Verenigde Staten liep de inflatie in april op naar 3,8% jaar-op-jaar, terwijl de gemiddelde uurlonen met 3,6% stegen — voor het eerst in twee jaar groeien prijzen sneller dan lonen, waardoor reële lonen krimpen. Diane Swonk (KPMG US) waarschuwt dat zelfs bij een snelle vrijgave van de zeeroutes de prijsdruk blijft aanhouden door vertraagde effecten in transport en toeleveringsketens.
Ook in het Verenigd Koninkrijk en de eurozone verliest het inkomen van huishoudens terrein. Britse lonen namen in reële termen nog maar 0,1% toe in de drie maanden tot maart (exclusief bonussen). In de eurozone verwacht Claus Vistesen (Pantheon Macroeconomics) dat reële loongroei dit jaar vrijwel nul wordt en in landen met weinig begrotingsruimte — zoals Frankrijk — zelfs duidelijk negatief kan uitvallen.
De situatie zet centrale banken voor een lastig dilemma: renteverhogingen kunnen de economie verder afremmen en werkgelegenheid schaden, maar niets doen vergroot het risico dat inflatieverwachtingen en looneisen oplopen, met het gevaar van een loon-prijsspiraal. Landen verschillen in kwetsbaarheid: Frankrijk heeft weinig beleidsruimte om huishoudens te steunen, terwijl landen als Duitsland en Spanje sommige huishoudens beschermen met maatregelen zoals lagere brandstofaccijnzen, hogere spaarbuffers, loonindexatie of fiscale steun.