Iran vraagt tot 2 miljoen dollar per schip voor doorvaart Straat van Hormuz
In dit artikel:
Iran heft sinds ongeveer vier weken stilzwijgend heffingen voor commerciële schepen die de Straat van Hormuz passeren; in sommige gevallen wordt tot circa 2 miljoen dollar per reis gevraagd. De betalingen worden per geval opgelegd en verlopen grotendeels buiten beeld: er is geen duidelijk, vast tariefsysteem en het is onduidelijk in welke valuta wordt afgerekend, maar meerdere schepen zouden al hebben betaald om doorgang te krijgen.
Door het conflict in het Midden-Oosten is het scheepvaartverkeer door Hormuz sterk afgenomen; veel van het resterende verkeer heeft banden met Iran of vaart heel dicht langs de Iraanse kust. Dat is ingrijpend omdat ongeveer een vijfde van ’s werelds olie- en gasexport via die zeestraat loopt, waardoor een informele tol forse gevolgen kan hebben voor wereldwijde energie- en handelsstromen.
India heeft benadrukt dat vrije doorvaart volgens internationale regels moet gelden en dat niemand kosten mag heffen voor gebruik van de route. Tegelijk overweegt Iran om de heffingen structureel te maken: een Iraans parlementslid werkt aan een voorstel om landen standaard te laten betalen als onderdeel van een mogelijk naoorlogs akkoord. Voor de Arabische olieproducenten in de Golf is zelfs een tijdelijke tol ontoelaatbaar omdat het soevereiniteit raakt, een gevaarlijk precedent schept en de zeestraat als geopolitiek pressiemiddel zou kunnen worden ingezet.
Mogelijke consequenties zijn hogere transportkosten, stijgende verzekeringspremies en extra druk op energieprijzen als schepen alternatieve, langere routes moeten nemen of de tol een blijvend fenomeen wordt.