Iran-oorlog jaagt energieprijzen op, maar EU heeft weinig munitie
In dit artikel:
De oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran drijft de Europese energieprijzen sterk op. Europees aardgas is inmiddels zo duur als sinds december 2022 niet meer. Omdat de EU voor olie en gas grotendeels afhankelijk is van import, werkt de crisis door in de inflatie en economische groei van alle 27 lidstaten. Volgens Bloomberg is de Europese importrekening voor fossiele brandstoffen al met meer dan 100 miljard euro gestegen, omgerekend ruim 200 euro per inwoner.
De timing is extra problematisch: de gasvoorraden zijn historisch laag en het stookseizoen staat voor de deur. Tegelijk hebben overheden minder financiële ruimte dan tijdens de vorige energiecrisis. Prijsplafonds en belastingverlagingen zouden duur zijn, terwijl hoge rentes de financieringskosten verhogen.
Tijdens een tweedaagse EU-top in Brussel bespreken de leiders mogelijke maatregelen. De Europese Commissie waarschuwt dat er geen snelle oplossing is. Zij wil onder meer gezamenlijke energie-inkopen voortzetten, zwaar getroffen industrieën langer steunen en strengere methaanregels voor geïmporteerde brandstoffen uitstellen. Ook wordt een nieuwe belasting op overwinsten van energiebedrijven onderzocht, maar sommige lidstaten vrezen dat daardoor geld voor investeringen verdwijnt.
Over het klimaatbeleid bestaat eveneens verdeeldheid. Nederland, Spanje en Scandinavische landen willen het Europese emissiehandelssysteem niet aanpassen, terwijl Italië en Tsjechië uitstel willen van de uitbreiding ervan naar verwarming en wegvervoer. Het Internationaal Energieagentschap beslist daarnaast of de G7 snel extra dieselvoorraden vrijgeeft; dat is voorlopig de enige concrete maatregel die de prijzen op korte termijn kan beïnvloeden.
Vandaag Inside: René van der Gijp over podcast setting Johan Derksen en Davina Michelle: 'Lijkt wel bloemencorso!'