Iran is BRICS-lid maar het blok doet niets: waarom de alliantie faalt
In dit artikel:
Al meer dan twee maanden escaleert het conflict rond Iran, met zware schade en burgerslachtoffers in Iran, Libanon en Israël en verstoringen van handel via de Straat van Hormuz — de smalle route waar ongeveer een vijfde van ’s werelds olie doorheen gaat — wat leidt tot oplopende energieprijzen en extra druk op de voedselvoorziening.
Opvallend is de afwezige collectieve reactie van BRICS. Lidstaten als Rusland, India en China reageerden vooral zelfstandig: India voerde rechtstreeks overleg met Iran en wist daarmee veilige doorvaart voor een deel van zijn scheepvaart te regelen, terwijl China en Rusland gebruikmaakten van hun vetorecht in de VN-Veiligheidsraad om een resolutie te blokkeren die militair ingrijpen zou legitimeren. Iran deed expliciet oproepen om te bemiddelen, maar een gezamenlijke BRICS-actie bleef uit; Pakistan nam in de praktijk een bemiddelende rol op zich.
Dit gebrek aan eensgezindheid weerspiegelt structurele grenzen van het blok. BRICS fungeert vooral als informeel samenwerkingsplatform zonder bindende besluitvorming: leden behouden volledige beleidsvrijheid en laten nationale strategische en economische belangen prevaleren. Die dynamiek is niet nieuw — ook bij de annexatie van de Krim en het conflict in Oekraïne ontbrak een gemeenschappelijk, krachtig optreden.
Tegelijk groeit de internationale belangstelling voor BRICS als alternatief machtscentrum voor het mondiale zuiden. Met een BRICS-top in India later dit jaar zal de nadruk waarschijnlijk op economische thema’s liggen, maar de recente ontwikkelingen maken duidelijk dat de groep voorlopig weinig capaciteit toont om snel en eendrachtig te handelen in acute geopolitieke crises.