Inflatie staat centraal in belangrijke week voor Bitcoin, goud en aandelen
In dit artikel:
De financiële markten richten zich deze week op de Amerikaanse consumentenprijsindex (CPI) op woensdag en producentenprijsindex (PPI) op donderdag, beide om 14.30 uur Nederlandse tijd. Economen verwachten dat de inflatie in juli op jaarbasis daalt van 3,5 naar 3,4 procent en dat de kerninflatie uitkomt op 2,5 procent.
De cijfers verschijnen tegen de achtergrond van sterk gestegen olieprijzen door de oorlog tussen Iran en de Verenigde Staten en de beperkte doorgang door de Straat van Hormuz. Omdat de Amerikaanse benzineprijs begin juli nog laag stond, zullen de volledige gevolgen van de hogere olieprijs waarschijnlijk pas in de cijfers over augustus en september zichtbaar worden. Het gaat bovendien om inflatie door een aanbodprobleem, waarop een hogere rente maar beperkt invloed heeft.
De Federal Reserve hield de rente onlangs op 3,50 tot 3,75 procent, hoewel drie regionale Fed-bestuurders al een verhoging wilden. Voorzitter Kevin Warsh heeft aangegeven de inflatie naar 2 procent te willen brengen en mogelijk in september te verhogen als de cijfers tegenvallen. Na een zwak banenrapport, waarbij in de vorige maand 23.000 banen verloren gingen in plaats van de verwachte groei van 80.000, is de kans op zo’n verhoging gedaald van circa 49 naar 33 procent.
Een lagere inflatie kan de rente en de dollar verder onder druk zetten. Dat zou gunstig zijn voor goud en Bitcoin, die geen rente uitkeren, en voor aandelen, vooral groeiaandelen. Ook de mogelijke Iran-Oman-deal over het beheer van de Straat van Hormuz blijft belangrijk voor de markten. Daarnaast kijken Bitcoinbeleggers uit naar een aankondiging van Strategy: het bedrijf kan opnieuw Bitcoin kopen of zich blijven richten op zijn kredietproduct STRC.
De Oranjezomer: MainCourse speelt prachtige versie van 'Massachusetts' in de commercialbreak van De Oranjezomer