Inflatie in Nederland loopt op door oorlog in het Midden-Oosten
In dit artikel:
Het CBS meldt dat de inflatie in Nederland in maart opnieuw is opgelopen: een voorzichtige raming komt uit op 2,7 procent, tegen 2,4 procent in zowel januari als februari. Daarmee staat de prijsstijging duidelijk boven de 2 procent doelstelling. De opwaartse beweging volgt op verscherpte spanningen in het Midden-Oosten, die de olieprijs flink omhoog hebben geduwd.
De directe aanjager is duurder ruwe olie. Sinds het conflict in de regio en de daaruit voortvloeiende blokkade van de Straat van Hormuz — een cruciale transportroute waar zo’n 20 procent van de wereldolie langsgaat — steeg de prijs per vat van circa 65 naar ongeveer 105 dollar. Dat vertaalt zich merkbaar aan de pomp: diesel kost volgens UnitedConsumers momenteel rond de €2,70 per liter, tegen ongeveer €1,94 begin dit jaar (een toename van circa 39 procent).
Hogere olie- en gasprijzen werken door in veel sectoren: transport-, productie- en voedingskosten stijgen, vliegtickets kunnen duurder worden en huishoudens met variabele energiecontracten lopen kans op hogere rekeningen. Daarnaast drukken aanhoudend hogere lonen en grondstofprijzen de productiekosten, die bedrijven vaak geleidelijk doorberekenen aan consumenten.
In Europa is een vergelijkbare ontwikkeling zichtbaar: Eurostat rapporteert een inflatie van circa 2,5 procent in de eurozone, grotendeels gedreven door energieprijzen. De Europese Centrale Bank, onder leiding van Christine Lagarde, waarschuwt dat zij niet zal aarzelen rente te verhogen als de inflatie te lang boven doel blijft hangen. Renteverhogingen zijn bedoeld om consumptie en investering af te remmen door lenen duurder en sparen aantrekkelijker te maken, maar ze kunnen ook druk zetten op risicovolle beleggingen zoals aandelen en crypto.
Kortom: geopolitieke onrust heeft de olieprijs opgedreven, wat de Nederlandse en Europese inflatie opnieuw oplaait en beleidsmakers dwingt rekening te houden met ingrepen om prijsstijgingen te beteugelen.