Hoe duizenden Cambodjaanse kunstschatten in topmusea terechtkwamen

zondag, 2 augustus 2026 (16:09) - Newsbit.nl

In dit artikel:

Duizenden heilige beelden en andere kunstvoorwerpen zijn de afgelopen decennia uit Cambodjaanse tempels geroofd en via een internationaal netwerk beland bij verzamelaars, veilinghuizen en musea. Een centrale figuur was de Britse kunsthandelaar Douglas Latchford, die zich presenteerde als deskundige en beschermer van de Cambodjaanse cultuur, maar volgens onderzoekers jarenlang profiteerde van geplunderde kunst.

De plunderingen namen vooral toe tijdens de genocide, burgeroorlog en politieke instabiliteit van de jaren zeventig tot en met negentig. Vrijwel alle circa 4.000 Cambodjaanse tempels zouden zijn getroffen. Beelden werden onthoofd of met geweld van hun sokkels gehaald. In afgelegen en vaak door landmijnen omringde gebieden konden rovers vrijwel ongehinderd opereren. Grote sculpturen werden via Thailand naar de internationale kunstmarkt gebracht. Lokale plunderaars kregen soms slechts enkele honderden dollars, terwijl dezelfde objecten later voor miljoenen werden verkocht.

Latchford opereerde vanuit Bangkok en verzamelde vanaf de jaren zestig Khmer-kunst. Door boeken te schrijven en kunstwerken aan prestigieuze instellingen, waaronder het Metropolitan Museum of Art in New York, te schenken, bouwde hij een betrouwbaar imago op. Volgens onderzoekers fungeerden zijn publicaties tegelijk als verkoopcatalogi. Ze wekten de indruk dat de objecten waren onderzocht en legaal verkregen. Later bleek bovendien dat hij vermoedelijk vervalste documenten en verzonnen herkomstverhalen gebruikte om te suggereren dat stukken Cambodja al vóór internationale beschermingsregels uit 1970 hadden verlaten.

Een belangrijke doorbraak kwam dankzij Toek Tik, voormalig soldaat van de Rode Khmer en later leider van een netwerk van tempelrovers. Hij kreeg van onderzoekers de codenaam Lion en herkende in Latchfords boeken tientallen beelden. Hij kon vertellen uit welke tempels ze kwamen en toonde onderzoekers achtergebleven sokkels, voeten en brokstukken. Zijn verklaringen vormden een belangrijk onderdeel van het Amerikaanse onderzoek.

Internationale aandacht ontstond in 2011, toen Sotheby’s een 225 kilo zwaar beeld uit het tempelcomplex Koh Ker wilde veilen. Archeologen vonden ter plaatse de sokkel en afgehakte voeten die precies bij het beeld pasten. Na een langdurige juridische strijd keerde het werk terug naar Cambodja. Ook andere objecten uit Latchfords netwerk werden opgespoord in Amerikaanse musea en privécollecties. De familie van miljardair George Lindemann gaf in 2023 33 werken terug; Netscape-oprichter Jim Clark stond 35 objecten af.

Het Metropolitan Museum erkende dat bij sommige aankopen onvoldoende onderzoek naar de herkomst was gedaan. Het kondigde extra middelen voor provenanceonderzoek aan en gaf in 2023 veertien objecten terug. Later volgden nog twee werken na ingrijpen van de openbaar aanklager in Manhattan. Cambodja vraagt nog om tientallen andere kunstschatten.

Latchford werd in 2019 in de Verenigde Staten aangeklaagd wegens onder meer smokkel, fraude en samenzwering, maar overleed in 2020 voordat hij terechtstond. Zijn dochter droeg later meer dan honderd kunstwerken en een omvangrijk archief over aan Cambodja. Daardoor zijn inmiddels minstens 300 objecten teruggekeerd, al bevinden zich waarschijnlijk nog duizenden gestolen stukken in collecties wereldwijd. Voor veel Cambodjanen vertegenwoordigen de beelden niet alleen kunst, maar ook goden en voorouders; hun terugkeer staat daarom symbool voor het herstel van de nationale identiteit.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Noa Vahle over mogelijke Ajax-transfer: 'Dat zou ik wel opvallend vinden!'