Frankrijk haalt goud weg uit Amerika terwijl Nederland en Duitsland het daar laten liggen
In dit artikel:
De Banque de France heeft het laatste deel van haar in het buitenland opgeslagen goud teruggehaald en beheert sindsdien de volledige Franse voorraad in eigen land. Recentelijk verkocht de centrale bank ongeveer 129 ton goud dat in de Verenigde Staten lag en kocht daarvoor gelijkwaardige, modernere staven op de Europese markt, die nu in een grote kluis in Parijs liggen. De operatie bestond uit 26 transacties waarbij oud goud in dollars werd verkocht en nieuw goud werd teruggekocht toen de prijsgunstiger was.
Door deze herallocatie — goed voor ongeveer vijf procent van de totale reserves — realiseerde Frankrijk een uitzonderlijke boekwinst van circa 12,8 miljard euro. De bank profiteerde van de hoge goudkoers, die in januari een recordniveau bereikte van bijna €4.680 per ounce; op het moment van schrijven ligt de koers rond €4.031 per ounce. Gouverneur François Villeroy de Galhau benadrukte dat de stap niet politiek was: “Het is niet politiek gemotiveerd.” De keuze was praktisch: een deel van het Amerikaanse goud voldeed niet aan actuele internationale standaarden, waardoor handelen en verplaatsen omslachtig zou zijn, dus werd verkoop en vervanging via Europa verkiest boven omsmelten en transport.
Frankrijk bezit nu ongeveer 2.437 ton goud, waarmee het wereldwijd op de vierde plaats staat. Een klein deel van de voorraad bestaat nog uit oudere staven en munten; die moeten in de komende jaren worden gemoderniseerd. Andere grote Europese landen houden hun goud nog verspreid: Nederland heeft circa 612,45 ton (ongeveer €79,3 miljard tegen de huidige koers) en handhaaft deze hoeveelheid sinds 2014, terwijl Duitsland ongeveer 3.350 ton bezit en veel daarvan buiten de landsgrenzen bewaard blijft. De Verenigde Staten blijven met ruim 8.100 ton de grootste houder.
Kortom: Frankrijk koos voor centralisatie en kwaliteitsverbetering van zijn goudreserves, met als neveneffect een aanzienlijke financiële meevaller.