Ferrari verdedigt prijskaartje van €550.000 voor eerste elektrische auto
In dit artikel:
Ferrari-topman Benedetto Vigna verdedigt de prijzige Luce, het merk’s eerste volledig elektrische model dat maandag in Rome werd onthuld. De nieuwe vijfzitter kost ongeveer €550.000 (circa $640.000) en moet volgens Vigna gezien worden als een luxe-invloedrijke innovatie, niet als een massaproduct.
Beleggers reageerden aanvankelijk sceptisch: het aandeel Ferrari daalde dinsdag ruim 8% na de presentatie, al herstelde het daarna weer. De markt lijkt onzeker of een volledig elektrische Ferrari past bij een merk dat historisch vooral wordt geassocieerd met ronkende verbrandingsmotoren en de bijbehorende emotie en geluid.
De Luce is op meerdere fronten een breuk met het verleden: het is de eerste vijfzitter van Ferrari en tegelijk het eerste model zonder verbrandingsmotor. Desondanks belooft Ferrari typische prestatiewaarden te behouden: ongeveer 0–60 mph in 2,5 seconden (ongeveer 0–97 km/u) en een topsnelheid rond 192 mph (circa 309 km/u). Ontwikkeling en productie vinden plaats in Maranello, en het design kwam tot stand in samenwerking met LoveFrom, het ontwerpbureau van ex-Apple-designer Jony Ive.
Niet iedereen is enthousiast: oud-voorzitter Luca di Montezemolo noemde de Luce een schending van Ferrari’s historie, en ook minister Matteo Salvini bekritiseerde de prijs en het uiterlijk. Deze reacties illustreren de bredere discussie: verliest Ferrari zijn identiteit als het elektrisch wordt, of kan het merk die identiteit juist handhaven binnen een nieuw aandrijfconcept?
Vigna benadrukt dat de Luce een aanvulling is op het aanbod en geen vervanging van klassieke Ferrari’s. Volgens hem trekt de auto belangstelling, ook van nieuwe, zeer vermogende kopers. Voor Ferrari draait het minder om prijsconcurrentie en meer om exclusiviteit, prestatie en merkbeleving — factoren die kunnen bepalen of klanten bereid zijn te betalen voor een elektrische Ferrari met een eigen karakter.