Fed houdt rente stabiel, maar twee bestuurders willen nú al verlaging
In dit artikel:
De Amerikaanse centrale bank heeft woensdag de beleidsrente onveranderd gelaten op 3,50–3,75 procent, maar het besluit was niet unaniem: van de twaalf stemgerechtigde leden van het Federal Open Market Committee stemden er tien voor handhaving, terwijl Christopher Waller en Stephen Miran wilden dat de rente direct met 25 basispunten (0,25 procentpunt) werd verlaagd.
Waller valt op omdat hij wordt genoemd als mogelijke opvolger van voorzitter Jerome Powell; zijn afwijkende stem contrasteert met eerdere uitlatingen waarin hij geen haast zag bij verlagingen zolang de inflatie te hoog bleef. Miran, die momenteel met onbetaald verlof is als economisch adviseur van het Witte Huis, dringt al langer aan op sterkere rentecuts en noemde recent mogelijk tot 150 basispunten verlagen dit jaar.
In de toelichting schoof de Fed naar een positiever beeld van de economie: groei wordt nu als steviger gezien en ook de arbeidsmarkt lijkt te stabiliseren, waarbij eerdere zorgen over verslechtering van de werkgelegenheid zijn afgezwakt. Die mildere toon verlaagt de kans op een onmiddellijke renteverlaging; markten rekenen nu eerder op verlagingen vanaf de zomer.
Beleggers reageerden nerveus: Amerikaanse aandelen en staatsobligaties daalden licht, terwijl de dollar omhoog ging — doorgaans geen goed nieuws voor risicovolle activa zoals crypto, die daardoor druk kunnen voelen. Vanavond spreekt voorzitter Powell; marktpartijen zoeken naar aanwijzingen over hoe lang de Fed de rente hoog wil houden en welke economische signalen een verlaging zouden rechtvaardigen. De toespraak krijgt extra aandacht door lopende politieke spanningen rond Powell en de onafhankelijkheid van de Fed.
(De oorspronkelijke tekst bevatte ook een betaalde promotie voor een welkomstbonus van 10 XRP bij een cryptobeurs.)