Eurozone krimpt onverwacht, vooral door zwakke cijfers uit Ierland
In dit artikel:
De economie van de eurozone krimpt aan het begin van het jaar: Eurostat rapporteerde dat het bbp tussen januari en maart met 0,2% daalde, een ommekeer ten opzichte van de eerdere schamele groeiwinst van 0,1%. De revisie komt vooral door een uitzonderlijk grote neerwaartse bijstelling van Ierland, waarvan het bbp nu 12,1% lager wordt geschat in plaats van de eerder gemelde 2%.
Ierland vervormt de cijfers doordat multinationals in de technologiesector en farmacie een buitenproportionele rol spelen; schommelingen in hun activiteiten kunnen nationale en daarmee eurozone-statistieken sterk beïnvloeden. Zonder de Ierse data zou het blok volgens economen zelfs licht zijn gegroeid (ongeveer 0,2–0,3%). In Ierland daalde de multinationalssector met circa 27%, maar de zogenoemde aangepaste binnenlandse vraag — een zuiverdere maatstaf voor de binnenlandse economie — steeg met 0,6%, vooral dankzij consumentenbestedingen.
De tegenvallende cijfers komen op een gevoelig moment voor de Europese Centrale Bank. Inflatie in de eurozone loopt door aanhoudend hoge energieprijzen op naar ongeveer 3,2%, waardoor renteverhogingen steeds bespreekbaar zijn; tegelijk remmen hogere olie- en gasprijzen de groei. Ook andere lidstaten zagen recente herzieningen: Frankrijk's economie werd omlaag bijgesteld, Italië juist omhoog. De OESO waarschuwt dat het groei‑momentum verzwakt en voorspelt voor 2024 een bescheiden groei van 0,8%.
Kortom: onderliggend zijn er signalen van veerkracht, maar geopolitieke spanningen en energieprijzen vergroten de onzekerheid en zetten beleidsmakers voor een lastige keuze tussen inflatiebestrijding en het steunen van een fragiele groei.