Europese economie verrast, Frankrijk blijft het zorgenkind
In dit artikel:
De economie van de eurozone groeide in het derde kwartaal met 0,4 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Dat is twee keer zoveel als economen hadden verwacht, die op 0,2 procent rekenden. Wel lag de groei lager dan in het tweede kwartaal, toen de economie nog 0,6 procent groeide. Volgens voorlopige cijfers van Eurostat hield de eurozone daarmee voorlopig stand ondanks de onzekerheid en hogere energieprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten.
De prestaties verschilden sterk per land. Duitsland, de grootste economie van Europa, groeide met 0,2 procent. De export nam daar minder sterk toe dan eerder in het jaar. Frankrijk was een duidelijke tegenvaller: de economie kromp onverwacht met 0,1 procent, terwijl een groei van 0,1 procent was voorzien. Vooral zwakke bedrijfsinvesteringen en tegenvallende export drukten het resultaat. Consumenten bleven wel uitgeven. De Franse economie stagneerde of kromp ook in de voorgaande kwartalen, waardoor het onzeker is of de regeringsdoelstelling van 0,5 procent groei voor heel het jaar nog haalbaar is.
Ook de Franse inflatie liep op: consumentenprijzen waren in oktober 3,4 procent hoger dan een jaar eerder, tegenover 3,1 procent in september. Dat kwam vooral door duurdere energie.
Nederland en Spanje behoorden met elk 0,6 procent groei tot de sterkere economieƫn. In Nederland werd de groei vooral gedragen door de hogere export van machines, mede dankzij chipmachinefabrikant ASML. Italiƫ kwam tot stilstand. De cijfers onderstrepen dat internationale vraag en export momenteel een groot verschil maken tussen Europese landen.
Vandaag Inside: Johan Derksen over aanbod tot samenwerking van JA21, SGP en BBB: 'Ruikt naar chantage!'