Energiebedrijven halen recordbedragen op door AI-honger naar stroom
In dit artikel:
De AI-rally op de beurs verschuift van chips en software naar een veel fundamentelere schakel: energie. Beleggers steken dit jaar in recordtempo geld in energiebedrijven, omdat de stroomvraag van AI-datacenters snel toeneemt. Volgens Dealogic haalden energiebedrijven in de eerste helft van dit jaar 12,6 miljard dollar op via beursgangen, het hoogste bedrag ooit voor een eerste halfjaar en het hoogste sinds de dotcomhausse eind 1999.
De redenering is simpel: elke AI-chip heeft stroom nodig, en een gemiddeld AI-datacenter verbruikt jaarlijks ongeveer 876.000 megawattuur, vergelijkbaar met een stad als Glasgow of Salt Lake City. Door de snelle uitbreiding van datacenters kan de Amerikaanse elektriciteitsvraag tussen 2026 en 2035 met 39 procent stijgen, waardoor toegang tot energie een knelpunt wordt in de verdere ontwikkeling van AI.
Daarom kijken beleggers steeds vaker naar de zogenoemde ‘picks and shovels’ van AI: niet de bedrijven die modellen bouwen, maar de leveranciers van de infrastructuur daarachter. Het gaat om partijen in elektriciteitsnetten, transformatoren, schakelapparatuur, gasmotoren, kernenergie, geothermie en datacenter-energie. Voorbeelden zijn Forgent Power Solutions, dat in februari 1,7 miljard dollar ophaalde, en het Duitse Innio, dat in juni bijna 2,8 miljard dollar binnenhaalde.
Toch is de hype niet zonder risico. Veel van deze energie-IPO’s doen het na hun beursgang slecht; bijna twee derde van de energiebedrijven die dit en vorig jaar naar de beurs gingen, staat inmiddels onder de introductieprijs. Vooral bedrijven met nog onbewezen of kapitaalintensieve technologieën trekken speculatief geld aan, waarna beleggers vaak snel uitstappen.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'