Emiraten willen oliepijplijn bouwen om Straat van Hormuz te omzeilen
In dit artikel:
De Verenigde Arabische Emiraten werken aan een pijplijn voor geraffineerde olieproducten om export mogelijk te houden zonder door de Straat van Hormuz te varen. Staatsoliemaatschappij Adnoc onderzoekt een multi-fuel leiding die benzine, diesel en kerosine kan vervoeren — vergelijkbaar in opzet met de Colonial Pipeline in de VS — zodat leveringen ook bij verstoringen in Hormuz doorgang vinden.
Hormuz is een cruciale maar kwetsbare zeestraat tussen Iran en Oman waar ongeveer een vijfde van de mondiale oliehandel langs gaat. Door recente escalaties en aanvallen in de regio liep de scheepvaartcapaciteit terug en stegen verzekeringskosten, wat Golfstaten heeft aangespoord naar alternatieve exportroutes te zoeken. Iran kan via dreiging of sluiting van de doorgang geopolitieke druk uitoefenen op de wereldwijde energiemarkten, waardoor landen als de VAE hun afhankelijkheid willen verminderen.
De Emiraten beschikken al over de Habshan–Fujairah-pijplijn voor ruwe olie (capaciteit circa 1,5 miljoen vaten per dag), maar haven en opslag in Fujairah zijn sinds het conflict meerdere keren doelwit geweest. Adnoc bouwt momenteel een tweede ruwe-olieleiding die de capaciteit naar Fujairah vanaf begin volgend jaar moet verdubbelen; de nieuwe leiding voor geraffineerde producten zou daarna het volgende grote project zijn. Door één infrastructuur geschikt te maken voor verschillende brandstoffen wil Adnoc meer flexibiliteit en leveringszekerheid voor transport, industrie en luchtvaart creëren.
Regionaal verandert de energiekaart: Saoedi-Arabië gebruikt al een oost-west pijplijn naar de Rode Zee en de VAE overwegen naast Fujairah ook west-oost oplossingen die andere Golfproducenten kunnen helpen Hormuz te omzeilen. De plannen illustreren hoe Golfstaten hun exportnetwerken verstevigen tegen geopolitieke risico’s.