ECB-baas Lagarde verliest geduld: digitale euro duurt veel te lang
In dit artikel:
ECB-president Christine Lagarde dringt aan op veel snellere invoering van een digitale euro: de centrale bank zelf rekent momenteel op 2029, maar Lagarde vindt dat te traag omdat een digitale munt volgens haar Europa’s strategische autonomie moet versterken. Het project begon formeel in juli 2021 (met een eerste rapport in oktober 2020), maar politieke besluitvorming in Brussel en stevige lobby van commerciële banken houden de voortgang tegen: een stemming in een parlementaire commissie is uitgesteld tot minstens juni en banken vrezen dat houders hun spaargeld naar een digitale euro verplaatsen.
Tegelijkertijd grijpen grote Europese banken het initiatief om niet afhankelijk te worden van dollar-gebaseerde stablecoins. Het consortium Qivalis — met onder meer ING, BNP Paribas, BBVA en UniCredit —, opgericht eind 2025, wil later dit jaar een euro-gedekte stablecoin uitbrengen als privaat alternatief dat jaren eerder beschikbaar zou zijn dan de digitale euro van de ECB. Dit type stablecoin draait op openbare blockchains, terwijl de digitale euro van de ECB op een centrale database zou staan en meer overeenkomt met digitaal contant geld. Ook eerdere private initiatieven bestaan al: Société Générale bracht in 2023 EUR CoinVertible uit en in 2025 volgde Eurau (AllUnity).
De Amerikaanse aanpak wijkt fundamenteel af: onder president Trump werd de centrale bank juist geblokkeerd om een digitale dollar uit te geven, terwijl private dollar-stablecoins juridisch werden versterkt via de Genius Act. Wereldwijd bedraagt de stablecoinmarkt circa 320 miljard dollar, voor 99 procent gekoppeld aan de dollar; dat versterkt de vraag naar Amerikaanse staatsobligaties en de invloed van de VS in digitale betalingen.
Lagarde waarschuwt dat private euro-stablecoins risico’s kunnen vormen voor bankstabiliteit en het monetaire beleid — zij verwijst naar trillingen rond USDC bij de val van Silicon Valley Bank — en ECB-bestuurders benadrukken dat controle over geld essentieel is voor economische soevereiniteit. Ondertussen blijft Europa sterk afhankelijk van niet-Europese spelers voor kaartbetalingen: bijna twee derde van de kaarttransacties in de eurozone wordt buiten Europa verwerkt.