Digitale euro nadert beslissing: dit staat er op het spel
In dit artikel:
De digitale euro komt in een cruciale fase nu de EU onderhandelt over de definitieve wetgeving. De Europese Centrale Bank wil een digitale munt invoeren die naast contant geld en bankrekeningen kan bestaan en Europeanen ook in een steeds digitalere economie toegang geeft tot publiek geld. Volgens de ECB moet de munt bovendien de afhankelijkheid van Amerikaanse betaalreuzen zoals Visa en Mastercard verkleinen en Europa meer grip geven op zijn eigen betaalinfrastructuur.
Tegenstanders zetten daar grote vraagtekens bij. Het belangrijkste bezwaar is privacy: critici vrezen dat een digitale euro overheden en centrale banken meer inzicht kan geven in betalingen van burgers, en sommigen waarschuwen zelfs voor de mogelijkheid van programmeerbaar geld. De ECB zegt dat offline betalingen privacy moeten behouden en dat zij geen toegang krijgt tot persoonlijke transactiegegevens. Europese privacytoezichthouders benadrukken wel dat sterke dataprotectie nodig blijft om vertrouwen te behouden.
Ook commerciële banken zijn kritisch, omdat klanten spaargeld zouden kunnen overhevelen naar digitale europortemonnees. Dat kan hun depositobasis aantasten en gevolgen hebben voor kredietverlening en financiële stabiliteit. De ECB probeert dat risico te beperken met een limiet op het aan te houden bedrag en zonder rente op digitale euro’s.
Het project is ook duur: de ECB schat de ontwikkelkosten op 1,3 miljard euro, met jaarlijks 320 miljoen euro aan beheer, terwijl banken en betaaldienstverleners miljarden kwijt kunnen zijn aan de invoering. Als de wetgeving eind dit jaar rondkomt, kan de uitrol vanaf 2027 beginnen; een brede introductie bij consumenten wordt pas rond 2029 verwacht.
De Oranjezomer: Chris Woerts over statement Tofik Dibi: 'Niet de deurwaarders, híj is een slecht mens!'