De ondernemer, de spaarder en de aristocraat: wie leen jij geld?
In dit artikel:
De ontwikkelde economieën kampen allemaal met hoge overheidsschulden, maar de risico’s verschillen sterk. Dat is de conclusie van Financial Times-columnist Robin Harding, die de Verenigde Staten, Japan en Europa vergelijkt met drie verschillende kredietnemers.
De Amerikaanse staatsschuld bedraagt volgens het IMF netto ongeveer 99 procent van het bbp; het begrotingstekort ligt rond 6 procent. De Amerikaanse economie groeit echter stevig, de kapitaalmarkten zijn diep en staatsobligaties blijven wereldwijd gewild. Het grootste risico is daarom politiek: belastingverlagingen en hoge uitgaven worden onvoldoende gecompenseerd. Als Washington alsnog ingrijpt, is de schuld volgens de analyse beheersbaar.
Japan heeft met een verwachte netto staatsschuld van circa 134 procent van het bbp in 2026 een nog zwaardere schuldenlast. De vergrijzing, stijgende zorg- en pensioenkosten en een krimpende beroepsbevolking maken de overheidsfinanciën kwetsbaar. Daar staat tegenover dat Japan veel binnenlands spaargeld en buitenlandse bezittingen heeft, waardoor het minder afhankelijk is van buitenlandse beleggers. Inflatie kan bovendien oude schulden met zeer lage rente geleidelijk minder zwaar maken.
Europa wordt als het lastigste geval neergezet. Onder meer Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk combineren hoge schulden en aanhoudende tekorten met zwakke groei en hoge uitgaven aan de verzorgingsstaat. Omdat de belastingdruk al hoog is, zijn extra inkomsten moeilijk te vinden. Zonder sterkere groei zijn bezuinigingen of hervormingen nodig, maar politici vinden het moeilijk kiezers erop te wijzen dat bestaande voorzieningen mogelijk niet houdbaar zijn.
Voor beleggers draait de vergelijking daarom niet alleen om de omvang van de schuld, maar vooral om economische groei, binnenlands vermogen en de politieke bereidheid om de begroting op orde te brengen.
Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'