Chinese economie zwakt af: industrie en consumptie vallen tegen
In dit artikel:
De Chinese economie toont in april opnieuw verzwakkende signalen: de groei van de industriële productie, de detailhandelsverkopen en de investeringen vielen allemaal tegen. De industrie groeide met 4,1 procent op jaarbasis, ruim onder de verwachte 6 procent en lager dan de 5,7 procent in maart. Consumentenbestedingen stagneerden bijna: de detailhandel steeg slechts 0,2 procent jaar-op-jaar, tegen 2 procent waarop economen hadden gerekend (maart: 1,7 procent). Vaste investeringen in de periode januari–april daalden met 1,6 procent, na eerder nog positieve cijfers.
De cijfers schetsen een economie waarin het aanbod nog doorloopt, maar de binnenlandse vraag verzuipt. Fu Linghui van het Chinese statistiekbureau omschreef het als een “tegenstrijdigheid tussen sterk aanbod en zwakke vraag”. Dat vormt een probleem voor Pekings groeistrategie: de overheid heeft de laatste jaren ingezet op industrie, infrastructuur en hightech om de klap van de vastgoedcrisis op te vangen, maar zonder herstellende consumentenbestedingen en bedrijfsinvesteringen blijft het herstel smal en fragiel.
Huishoudens houden de hand op de knip. De langdurige vastgoedcrisis heeft vermogensgevoel en vertrouwen aangetast; dat blijkt uit sterkere dalingen bij grotere, kredietgevoelige bestedingen: autoverkopen minus 10,6 procent, huishoudelijke apparaten minus 4 procent en bouwmaterialen minus 7,1 procent. Kleinere, minder dure aankopen zoals telefoons lopen nog wel door.
Extern helpt de export China enigszins, mede door tijdelijke handelspauzes tussen Washington en Beijing, maar dit is geen volwaardig alternatief voor zwakke binnenlandse vraag. Tegelijkertijd waarschuwt Beijing dat geopolitieke spanningen — met name de oorlog in Iran — de wereldhandel en energiemarkten verstoren, waardoor consumenten- en ondernemersvertrouwen verder onder druk komt te staan. China neemt tijdelijke prijsmaatregelen en extra garanties voor energievoorziening, maar olieproductie en raffinage lieten afgelopen maand tekenen van verzwakking.
Voor de wereldeconomie is dit relevant: een zwakker China betekent minder vraag naar grondstoffen, industriële goederen en exportproducten van handelspartners, waardoor het mondiale herstel kwetsbaarder wordt.