China houdt afstand van Iran terwijl energiebelangen op het spel staan
In dit artikel:
China beschouwt Iran al langer als strategische partner, maar kiest in de huidige spanningen vooral voor het beschermen van eigen belangen in plaats van politieke of militaire steun aan Teheran. Dat stelt Yun Sun, directeur van het China-programma bij het Stimson Center, in een recent essay in het Financieele Dagblad. Peking richt zich primair op energiezekerheid: meer dan de helft van de Chinese olie-import komt uit het Midden-Oosten en ongeveer 13 procent van die olie in 2025 uit Iran. Daardoor wil China goede betrekkingen behouden met meerdere landen in de regio en niet openlijk partij kiezen.
De Chinese reactie op eerdere aanvallen illustreert die neutraliteit: Peking riep steeds op tot kalmte en vroeg aan alle betrokken partijen de escalatie te staken, in plaats van expliciet Iran of een andere partij te steunen. Tegelijk groeit er binnen China de twijfel over de betrouwbaarheid en slagkracht van Iran als bondgenoot. Analisten in Peking wijzen op Iraanse tekortkomingen in eerdere conflicten—zoals zwakke reacties op aanslagen op commandanten en op aanvallen op Iraanse doelen in Syrië—en noemen bovendien interne problemen zoals corruptie en slecht bestuur. Daardoor wordt Iran gezien als minder capabel dan vaak verondersteld.
De geopolitieke onrust heeft concrete economische effecten. Een deel van de olie-export uit Iran loopt via de Straat van Hormuz; verstoring of blokkade van deze zeestraat treft niet alleen China maar de wereldwijde energiemarkt. Recentelijke aanvallen, waaronder op een grote LNG-installatie in Qatar, leidden tot scherpe stijgingen van gasprijzen in Europa (rond 35 procent) en veel volatiliteit op financiële markten: de AEX daalde en ook cryptomarkten, zoals Bitcoin, noteerden flinke verliezen.
China beschikt over enige strategische reserves en kan korte onderbrekingen opvangen, maar is kwetsbaar bij een langdurige crisis. Peking sluit ingrijpen niet uit, maar hanteert een duidelijke grens: als de energievoorziening structureel in gevaar komt—bijvoorbeeld door een langdurige blokkade van de Straat van Hormuz—zou China kunnen bijsturen. Dat ingrijpen zal waarschijnlijk eerder bestaan uit handel, technologie of indirecte militaire steun dan uit grootschalige afgezette troepen. Voorlopig blijft de koers van China: afwachten, balanceren en prioriteit geven aan eigen energie- en economische belangen.