China heeft een dollar-alternatief, maar het is nog veel te klein
In dit artikel:
De Verenigde Staten voeren de druk op Iran op door te dreigen met uitsluiting van partijen die helpen om Amerikaanse sancties te omzeilen. Minister van Financiën Scott Bessent maakte duidelijk dat ook Chinese banken door die maatregel kunnen worden geraakt.
Dat brengt China in een lastige positie. Voor de oorlog nam China ongeveer 90 procent van de Iraanse olie-export af, goed voor circa 12 procent van de Chinese import van ruwe olie. Daarmee is Beijing de belangrijkste economische steunpilaar van Iran. Tegelijkertijd blijft China sterk afhankelijk van het internationale dollarsysteem: de dollar is goed voor meer dan de helft van alle wereldwijde betalingen en ongeveer 80 procent van de handelsfinanciering. De yuan heeft daarin een veel kleiner aandeel.
China werkt daarom aan alternatieven, waaronder CIPS, een betaalsysteem voor internationale yuantransacties. Sinds de oorlog in Oekraïne is het gebruik ervan toegenomen en telt het systeem 210 directe deelnemers. CIPS kan het dollarsysteem voorlopig niet vervangen, maar beperkt wel de kwetsbaarheid van China voor Amerikaanse financiële sancties. Ook valutadeals met onder meer Argentinië en Australië moeten het gebruik van de yuan in de handel bevorderen.
De dreiging komt op een gevoelig moment, omdat de Amerikaanse president Donald Trump en de Chinese president Xi Jinping volgende maand opnieuw zouden kunnen overleggen in de VS. Beijing zegt zijn belangen te zullen beschermen. Als mogelijke tegenmaatregel wordt gewezen op beperkingen rond zeldzame aardmetalen, waarvan de Verenigde Staten afhankelijk zijn. Sancties tegen Chinese banken kunnen daardoor niet alleen Iran raken, maar ook de handelsrelatie tussen Washington en Beijing verstoren.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen doet boekje open over Peter Bosz: ‘Dat vind ik onfatsoenlijk!’