China's grootste vastgoedcrisis ooit veegt 20 jaar aan prijsstijgingen weg
In dit artikel:
De Chinese huizenmarkt blijft verder wegzakken en heeft inmiddels twintig jaar aan prijsstijgingen volledig uitgewist. Gecorrigeerd voor inflatie liggen de woningprijzen nu zelfs onder het niveau van 2005. In het eerste kwartaal van 2026 stond de reële prijsindex op 85,13, ruim onder de piek van 2021, en van een echte bodem is nog geen sprake.
De neergang zet door in zowel nieuwbouw als bestaande woningen. Nieuwbouwwoningen in zeventig grote steden werden in mei 3,5 procent goedkoper dan een jaar eerder, waarmee de daling al 35 maanden aanhoudt. Op de markt voor bestaande huizen zakten de prijzen in juni in 88 van de 100 onderzochte steden.
Die daling raakt niet alleen kopers, maar ook de Chinese economie als geheel. Omdat huishoudens een groot deel van hun vermogen in vastgoed hebben zitten, voelen gezinnen zich armer en geven ze minder uit. Volgens Goldman Sachs kostte de crisis China in 2024 en 2025 elk jaar ongeveer twee procentpunt groei, terwijl de vastgoedinvesteringen in 2025 met 17,2 procent terugliepen.
De problemen zijn ook groot voor ontwikkelaars en lokale overheden. Evergrande ging praktisch ten onder onder een schuld van ongeveer 300 miljard dollar, en Country Garden kon buitenlandse obligaties niet meer afbetalen. Gemeenten, die jarenlang veel inkomsten haalden uit de verkoop van grondrechten, zien hun inkomsten sterk terugvallen en moeten daardoor bezuinigen of extra lenen.
Daarnaast heeft de crisis internationale gevolgen, omdat China minder cement, staal en andere bouwgrondstoffen importeert. De overheid probeert de markt te ondersteunen met financiering voor stilgevallen projecten, maar analisten verwachten dat de prijzen dit jaar nog verder dalen. Pas in 2027 wordt stabilisatie voorzien, met mogelijk voorzichtig herstel in 2028.
Vandaag Inside Oranje: René van der Gijp hekelt criticasters: 'Die snappen er écht geen ene k*t van!'