Bitcoin onder druk: Oekraïne saboteert Trumps plan om olieprijs te drukken
In dit artikel:
Oekraïne heeft deze week met gerichte droneaanvallen havens en raffinaderijen in de Russische regio Leningrad getroffen, waardoor een groot deel van de Russische olie-export flink is verstoord. Waarnemers spreken van de grootste verstoring van die export sinds de inval van 2022; naar schatting ligt ongeveer veertig procent van de exportcapaciteit nu (deels) stil. Het knelpunt zit vooral in de logistiek: de olie kan veelal nog worden gewonnen, maar het vervoer naar klanten is sterk bemoeilijkt.
De aanvallen komen bovenop de al gespannen situatie in de oliemarkten door de oorlog met Iran, die de Straat van Hormuz grotendeels buitenspel zette en daarmee productie uit de Perzische Golf aantastte. Samen vormen deze gebeurtenissen een dubbele schok voor het aanbod, wat de prijsdruk opvoert: Brent staat weer boven de 108 dollar per vat.
Eerder had de regering-Trump besloten de sancties op Russische olie tijdelijk te versoepelen om weggevallen Golfforward-aanvoer te compenseren. De Oekraïense acties hebben die rekenmachine echter flink verstoord, waardoor het risico op aanhoudend hoge energieprijzen en daarmee hardnekkige inflatie toeneemt.
Die inflatiezorg weegt ook op risicovolle beleggingen. Optiemarkten tonen dat traders rekening houden met een snelle renteverhoging door de Amerikaanse Federal Reserve — mogelijk al binnen weken — wat de beschikbaarheid van liquide middelen kan verminderen. Voor Bitcoin en vergelijkbare activa werkt dat negatief: BTC noteerde rond de 68.500 dollar (ongeveer 2% lager binnen 24 uur) en blijft kwetsbaar in de zone 65.000–75.000 dollar. Als de druk op de oliemarkt aanhoudt, ligt verdere neerwaartse beweging voor de hand.
Kortom: Oekraïense aanvallen hebben de internationale energievoorziening extra onder druk gezet, ondermijnen tijdelijke sanctieontspanning op Russische olie en vergroten de kans op hogere energieprijzen, hogere rente en meer volatiliteit op de markten.