Beurzen onder druk door olieprijs: begint 'sell in May' te vroeg?
In dit artikel:
De laatste handelsdag van april start onrustig: Brent-olie schiet omhoog naar het hoogste niveau sinds het begin van de oorlog in het Midden-Oosten, Aziatische beurzen kleurden rood en futures wijzen op een zwakke opening in Europa en de VS. De directe aanleiding is volgens berichtgeving van Axios dat president Trump vandaag wordt bijgepraat over mogelijke nieuwe Amerikaanse militaire acties tegen Iran, waardoor de vrees voor hernieuwde escalatie toeneemt.
Hogere olieprijzen zijn relevant omdat ze inflatieverwachtingen opvoeren en centrale banken minder ruimte geven om rente te verlagen. Dat vormt een risico voor aandelen, die in april juist sterk presteerden; de S&P 500 staat op koers voor de beste maand sinds 2020 nadat markten eerder grotendeels wegdoken voor de oorlogsschokken dankzij een fragiel staakt-het-vuren en hoop op verdere de-escalatie. Nu rijst de vraag of die rally nog ‘brandstof’ heeft: beleggers hebben veel positiefs ingeprijsd (sterke bedrijfsresultaten, vredeshopen, een voorlopig niet-strakkere Fed), maar oplopende energieprijzen en geopolitieke spanningen kunnen die winsten snel aantasten.
Tegelijk staan vandaag rentebesluiten van de Bank of England en de Europese Centrale Bank op de agenda; economen verwachten dat beide instellingen de rente ongewijzigd laten (rond 3,75% voor de BoE en circa 2% voor de ECB). Eerder hield de Fed de rente ook vast, maar het beleidscomité bleek verdeeldheidiger dan in decennia.
Ondanks de geopolitiek vielen bedrijfsresultaten tot nu toe mee: Europese banken zoals Standard Chartered, BNP Paribas en Société Générale verrasten positief, net als DHL. Dat ondersteunt het beeld van een robuuste economie, maar als energieprijzen langdurig hoog blijven, kan dat consumentenbestedingen drukken, kosten voor bedrijven verhogen en centrale banken dwingen tot voorzichtiger beleid.