Belastingdienst krijgt inzage in je crypto vanaf 2026 - dit moet je weten
In dit artikel:
Vanaf 1 januari 2026 veranderen de regels voor crypto-bezitters en -aanbieders door de Europese DAC8-regels: aanbieders van crypto-diensten moeten gegevens over klanten gaan verzamelen en delen met de Belastingdienst, en EU-landen wisselen die data onderling uit. Dit geldt niet alleen voor Nederlandse platforms maar ook voor buitenlandse partijen die diensten aan Nederlanders leveren. De eerste gezamenlijke rapportage over 2026 moet uiterlijk 31 januari 2027 binnen zijn; niet meewerken kan leiden tot boetes van meer dan €1 miljoen.
Wat er gebeurt met je gegevens en wallets
Cryptobedrijven moeten diverse klant- en transactiegegevens vastleggen en rapporteren. Externe (niet-custodial) walletadressen hoeven zij niet door te geven, maar moeten wel vijf jaar bewaard worden. Door de automatische uitwisseling wordt het lastiger crypto buiten de belastingaangifte te houden.
Wat verandert fiscaal voor particulieren en ondernemers
Crypto valt in Nederland onder box 3 (vermogensrendementsheffing). Voor 2026 geldt een iets hogere vrijstellingsgrens. De Belastingdienst rekent voor crypto met een fictief rendement van 6% dat tegen 36% belast wordt — effectief ongeveer 2,16% over het vermogen boven de vrijstelling. Wie in voorgaande jaren verlies heeft geleden op crypto kan mogelijk via de tegenbewijsregeling (gedeeltelijk) geld terugkrijgen.
Aangifte en handhaving
De manier van aangifte verandert niet: je blijft zelf je cryptovermogen opgeven. Wel neemt de kans op controle en navordering toe omdat aanbieders informatie automatisch aanleveren. Gebruik van buitenlandse of anonieme platforms vergroot dat risico.
Voor ondernemers en bv’s geldt dat in cryptomunten ontvangen inkomsten naar euro’s moeten worden omgerekend en op de balans volgens kostprijs of lagere marktwaarde moeten worden verwerkt. Cryptobedrijven moeten daarnaast volledig aan de DAC8-verplichtingen voldoen.
Kortom: de periode dat crypto moeilijk traceerbaar was voor de fiscus raakt ten einde; zowel aanbieders als bezitters moeten zich tijdig voorbereiden op strengere rapportage- en bewaarplichten.