AI-race verdeelt Europa's industriereuzen: wie kiest de juiste weg?
In dit artikel:
Hoewel Europa achterloopt met consumentgerichte AI, profiteren industriële concerns als Schneider Electric, Siemens en ABB volop van de bijbehorende infrastructuur, zoals datacenters, elektriciteitsvoorziening en automatisering. De bedrijven volgen daarbij verschillende strategieën.
Schneider Electric zet sterk in op software en kondigde de overname van het Amerikaanse PTC aan voor bijna 24 miljard dollar. Daarmee wil het zijn activiteiten in stroomvoorziening, koeling en industriële apparatuur combineren met software voor ontwerp, productie en onderhoud. Siemens volgt een vergelijkbare koers en kocht eerder Altair Engineering voor circa 10 miljard dollar.
ABB kiest juist voor fysieke infrastructuur. Het Zwitserse bedrijf neemt het Britse Rotork over voor 5,5 miljard dollar en wil buiten zijn kernactiviteiten geen software- of AI-bedrijven kopen. Topman Peter Voser verwacht dat een sterke positie in hardware eveneens zeer winstgevend kan zijn.
Datacenters leveren de drie concerns al miljarden op. Bij Schneider was deze markt vorig jaar goed voor ongeveer 10 miljard euro, bij ABB voor circa 3 miljard dollar. Siemens behaalde in de eerste negen maanden van het boekjaar ruim 3 miljard euro omzet uit datacenters, 50 procent meer dan een jaar eerder.
De beslissende groeikans kan industriële AI worden. Dankzij hun data uit fabrieken en energie-installaties kunnen de bedrijven productie verbeteren, storingen voorspellen en kosten verlagen. De vraag is welke aanpak uiteindelijk de meeste waarde oplevert: software en data, of de hardware waarop AI draait.
Vandaag Inside: Johan Derksen hard voor Romee Strijd na castingrel met Victoria’s Secret: 'Dramaqueen!'